Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.1.2:7.3.1.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.1.2
7.3.1.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607826:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 tot en met 4 is beschreven dat gelieerdheid in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht met name wordt uitgelegd aan de hand van organisatorische en economische verbondenheid. De aanwezigheid van een kapitaalbelang, hetgeen duidt op financiële verbondenheid, speelt in deze disciplines slechts een beperkte rol. In dit verband valt op dat het verbondenheidsbegrip van art. 2 lid 7 Wet VPB 1969 voor de NV en BV uitgaat van een formeel-juridisch criterium in de vorm van de ‘participatie-eis’. Er wordt dus geen belang gehecht aan feitelijke organisatorische en economische verbondenheid, maar alleen aan financiële verbondenheid. In feite duidt dit op de toepassing van het in hoofdstuk 2 beschreven ‘holistic concept’, waarbij geen rekening wordt gehouden met het gedrag van de participanten binnen de onderneming. Immers, er wordt alleen aandacht besteed aan financiële verbondenheid.
Zoals ik in hoofdstuk 3 heb opgemerkt, duidt de zeggenschap die is verbonden aan een aandelenbelang of lidmaatschap niet zonder meer op organisatorische verbondenheid, omdat het niet gaat om een rechtstreekse beïnvloeding van het ondernemingsbeleid. Zeggenschap in de ava of ledenvergadering kan de organisatorische verbondenheid wel ondersteunen, maar of daar effectief sprake van is hangt in grote mate af van het ‘aandeelhoudersactivisme’ c.q. het ‘aandeelhoudersabsenteïsme’. In dit verband sluit het verbondenheidsbegrip voor stichtingen van art. 2 lid 7 Wet VPB 1969 naar mijn mening beter aan bij de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht, omdat hiervoor een ‘bestuurderseis’ geldt in plaats van een ‘participatie-eis’. Door middel van een bestuurslidmaatschap zal een ‘eenheid van beleid’ kunnen worden gevormd.
Ten aanzien van het begrip ‘belang’ in art. 2 lid 7 onderdeel e Wet VPB 1969 kan voor de vergelijking met de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht geen duidelijke conclusie worden getrokken. Ik verwijs in dit verband naar paragraaf 7.3.7, waarin ik het begrip ‘belang’ in de zin van art. 10a lid 4 Wet VPB 1969 onderzoek.
Het begrip ‘groep’ in de zin van art. 2:24b BW in art. 2 lid 7 onderdeel e Wet VPB 1969 sluit goed aan bij de materieel-economische omschrijving van ‘verbondenheid’ in de bedrijfseconomie, en uiteraard ook bij het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht.