Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.8.5.1:13.8.5.1 Algemeen
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.8.5.1
13.8.5.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415655:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenardffinller, PbEG p. C 189/77.
Travaux Préparatoires, Convention de Lugano, p. 79.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C 106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-941, NJ 1998, 565, r.o. 23; HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 25.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Rapport Jenard/Mëller1 wijst er uitdrukkelijk op dat het vereiste van algemene bekendheid een afzonderlijke voorwaarde is voor de geldige totstandkoming van een forumkeuze in deze vorm. Men heeft door deze zinsnede gewoonten willen uitsluiten die enkel door twee partijen worden nageleefd.2 Dergelijke gewoonten vallen onder art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag. Deze voorwaarde voorkomt een overlap tussen (b) en (c). Anders gezegd: louter subjectieve handelwijzen (tussen partijen) vallen onder (b) en objectieve onder (c). Deze voorwaarde tracht de vorm te objectiveren door te bepalen dat ook andere partijen op deze wijze overeenkomsten dienen te sluiten. In essentie houdt de voorwaarde in dat een voldoende spreiding van de gewoonte moet bestaan.
Merkwaardig is dat volgens de tekst van het artikel de vorm in de internationale handel algemeen bekend dient te zijn. Aangezien de internationale handel een ruim begrip is en zeer uiteenlopende (bedrijfs)activiteiten verenigt, lijkt te zijn dat bedoeld dat de vorm in de handelsbranche algemeen bekend dient te zijn. Het koppelen van een bepaalde gewoonte aan ondernemingen die hetzelfde doen is logischer, dan de link met een diffuus gezelschap dat de meest uiteenlopende (bedrijfs)activiteiten heeft. Hoewel de tekst van de bepaling in deze niet duidelijk is, heeft het Hof van Justitie terecht geoordeeld dat het gaat om een gewoonte in de betrokken handelsbranche en niet de internationale handel.3