Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.4.1
II.3.4.1 Inleiding
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS591918:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dat het onderscheid in de jurisprudentie zo’n bescheiden plaats inneemt, is begrijpelijk. Een toetsingsuitspraak van de Nederlandse rechter had lange tijd slechts rechtsgevolgen voor procespartijen – ongeacht de wijze waarop de rechter het bestreden voorschrift had getoetst. Recente jurisprudentie van de Hoge Raad heeft daarin verandering gebracht: soms heeft een onverbindendverklaring een verder strekkend rechtsgevolg. Die zogenoemde volgplichtjurisprudentie wordt besproken in paragraaf 4.4.3.De wijze van toetsing was overigens – in ieder geval in theorie – wel reeds van belang voor de vraag, welk overheidslichaam civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade die het voorschrift of zijn toepassing tot gevolg heeft. Is het voorschrift onrechtmatig, dan is zowel de rechtspersoon waartoe het ambt behoort dat het voorschrift heeft vastgesteld als de rechtspersoon waartoe het ambt behoort dat het voorschrift heeft toegepast aansprakelijk. Is slechts de toepassing van het voorschrift onrechtmatig, dan is alleen de laatste rechtspersoon aansprakelijk.
De verschillende wijzen waarop de Nederlandse rechter wettelijke voorschriften toetst, worden in de jurisprudentie aanzienlijk minder dogmatisch benaderd dan in de Verenigde Staten en Duitsland. Slechts het met ‘toetsing van de toepassing’ en ‘toetsing van het voorschrift zelf’ samenhangende begrippenpaar ‘buiten toepassing laten’ en ‘onverbindendverklaren’ hebben in enige uitspraken aandacht gekregen.1 De literatuur laat hetzelfde, weinig dogmatische beeld zien, zij het, dat het laatste onderscheid daar meer aandacht heeft gekregen dan in de rechtspraak. Omdat de begrippen ‘onverbindendverklaren’ en het ‘blote buiten toepassing laten’ van belang zijn voor een goed begrip van de Nederlandse rechtspraak, worden zij in de volgende paragraaf besproken.