Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.4.3:II.3.4.3 Toetsing van de toepassing van het voorschrift
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.4.3
II.3.4.3 Toetsing van de toepassing van het voorschrift
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS587151:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cursivering is van mij, JS.
Kamerstukken II 1978/79, 15 049 (R 1100), nr. 6, p. 14 (cursivering is van mij, JS). Deze opmerking kon de instemming van de regering hebben (Kamerstukken II 1978/79, 15 049 (R 1100), nr. 7, p. 18-19). Uit het citaat blijkt zelfs dat de discussie tijdens de grondwetsherziening niet ging over de vraag of de rechter ook de regel zelf moest toetsen – zij werd bevestigend beantwoord –, maar of de rechter ook de rechtmatigheid van de toepassing van de regel moest beoordelen.
Paragraaf 3.4.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toetsing van de toepassing van het voorschrift komt in de jurisprudentie veel voor. Zij is gebruikelijk. In een enkel geval schrijft het positieve recht zulke toetsing zelfs voor. Zo bepaalt artikel 94 Gw:
‘Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing indien deze toepassing niet verenigbaar is met een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.’1
Vaststaat, dat die bepaling óók vereist, dat de rechter toetst of het aangevallen voorschrift zelf rechtmatig is. De Grondwetgever liet daarover in 1983 geen onduidelijkheid bestaan. Met die bepaling wilde hij vastleggen, dat bij toetsing van wettelijke voorschriften aan de in artikel 94 Gw genoemde bepalingen de rechter ‘niet slechts de nationale wetsregel zelf maar evenzeer de uitwerking ervan op de rechtzoekende getoetst wil zien’.2 Onduidelijkheid bestaat nog over de vraag, of die bepaling de rechter verbiedt een wettelijk voorschrift onverbindend te verklaren. In een volgende paragraaf kom ik op die vraag terug.3