Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.2.2
7.2.2 Rijksleerplannen en exameneisen staatsinrichting en (handels)recht
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977092:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bartels 1963, p. 68.
KB van 30 augustus 1864, Stb. 1864, nr. 91.
Wet van 20 juni 1916, Stb. 1916, nr. 299.
KB van 1 maart 1920, Stb. 1920, nr. 106.
KB van 30 augustus 1864, Stb. 1864, nr. 91, artikel 12.
KB van 10 maart 1870, 1870, Stb. 49 (artikel 55 en 57, 3e alinea, van de MO-wet).
KB van 10 maart 1883, Stb. 1883, nr. 31.
Bijlage bij KB van 10 maart 1870, Stb. 1870, nr. 49.
Staatsinrigting van Nederland is teruggebracht tot historische regeringsvormen.
Rapport der Commissie benoemd krachtens besluit der Algemeene Vergadering van den 29sten Augustus 1872, Zutphen: Thieme 1873.
Van de Ven 1873; Bartels, p. 121.
Steyn Parvé, De Economist, dl II, 1875, p. 935 e.v.
Amsterdam, Haarlem en Leiden.
Bartels 1963, p. 122.
Ibid., p. 119.
KB van 27 juni 1901, Stb. 1901, nr. 190.
Bartels 1963, p. 123.
KB van 21 april 1917, Stb. 1917, nr. 299.
Curs.W; KB van 16 juni 1916, Stb. 1916, nr. 299.
Wet van 1 maart 1920, Stb. 1920, nr. 106. Op bijz. hbsen bestaat het curriculum al grotendeels uit het onderwijs in de staatsinrichting van Nederland.
Van de vakken Staatsinrigting van Nederland en handelsregt, aangeduid met ‘handelspapier met de juridische verplichtingen’, op de vijfjarige hbs analyseer en beschrijf ik de doelbepalingen in de rijksleerplannen vanaf 1864 en de eisen in de Examen- en Programmareglementen als kenbronnen (Bijlage V).
Geen reglementen voor driejarige hbs/staatsinrichting onderwezen
De driejarige hbs kent geen Examen- en Programmareglement. De examens zijn naar plaatselijke behoeften en wel of niet gericht op een vervolgopleiding op de vijfjarige hbs ingericht als schoolexamens.1 Formele kennis en in mindere mate instrumentele vaardigheden zijn vereist. Over het toerusten met democratische houdingen is niets bepaald. Het curriculum kent een voor de bekostiging vastgelegde minimumtabel. De schoolorganisatie berust bij de directeur en de lerarenvergadering.2 Dit is de reden dat het op de bijzondere driejarige hbs'en begin twintigste eeuw usance is om staatsinrichting bij staathuishoudkunde te geven, wat in 1916 voor de rijksscholen is vastgelegd.3 In 1920 is het vak staathuishoudkunde vervangen door staatsinrichting.4
Reglement voor de vijfjarige rijkshbs 1864
Het Reglement voor de Rijkshoogereburger- en landbouwscholen van 1864 bevat de bevoegdheid van de lerarenvergadering tot het vaststellen van het leerplan en lesrooster, en de inzending ter goedkeuring aan de minister van Binnenlandse Zaken.5 Het college van B&W stelt op directievoorstel het programma van de gemeentelijke hbs vast. In 1868 zijn voor de vijfjarige hbs voor bepaalde vakken centrale examens gehouden. Daarna is bij KB van 1870 een centraal schriftelijk examen vastgelegd.6 De staatswetenschappen zijn mondeling geëxamineerd.7 Het examen kent de C-afdeling geschiedkundige en staats- en handelswetenschappen, waarvan de exameneisen bij het KB zijn gevoegd. Hieraan gaat de passage vooraf: ‘Eene grondige en degelijke kennis van hoofdzaken kan ten aanzien van […] staathuishoudkunde en Staatsinrigting voldoende worden geacht. De grenzen voor elk deezer vakken luiden’8:
Onder G. De gronden van de gemeente-, provinciale en Staatsinrigting van Nederland:
‘De inrichting van het bestuur van Rijk, provincien en gemeenten, zoals dit door de Grondwet […] is geregeld, en van de onderlinge verhouding der staatsmachten in Nederland, alsmede een kort overzicht van de samenstelling van het bestuur in de kolonien en bezittingen van Nederland […]’.
Onder H. De staathuishoudkunde en de statistiek, […]:
(staathuishoudkunde) ‘de hoofdbeginselen der leer van de voortbrenging, verdeling, omloop, ruil en het verbruik der maatschappelijke goederen, de invloed der Regering op de volkswelvaart, belastingen […]’; (statistiek) ‘de hulpbronnen, inzonderheid voor de statistiek van Nederland […]’.
Onder K. Geschiedenis:
’Geschiedenis van Nederland, en andere Europese staten, en van regeeringsvormen die […] aan de tegenwoordige zijn voorafgegaan’.9
Onder P. De beginselen der handelswetenschappen, die van boekhouden:
‘het dubbel of Italiaans boekhouden en enige kennis van het handelsrekenen en van handelspapier met de verplichtingen (handelsregt)’.
Krimpvoorstellen van programma 1872-1891
Door de in 1868 opgerichte A.V.M.O. is in 1872 een commissie ingesteld die in 1873 voorstelt het programma te comprimeren en de eisen te beperken.10 Dit betekent de beëindiging van warenkennis en beperking van de exameneisen voor fysische aardrijkskunde. Uit de kring van de hbs-directeuren pleit in 1873 Van de Ven (Haarlem) voor schoolexamens onder inspectietoezicht.11 Steyn Parvé stelt in 1875 voor het eindexamen te beperken tot de exacte vakken, geschiedenis en aardrijkskunde, staatsinrichting, talen en teekenen.12 Op een A.V.M.O.-adres antwoordt de regering in 1886 dat ‘inkrimping van het examenprogramma […] verband behoort te houden met een herziening van de MO-wet’. In 1891 pleiten drie hbs-directeuren voor een staatsexamen in de exacte vakken en de talen, en voor het vervallen van staatswetenschappen, recht, warenkennis en geschiedenis der letterkunde.13 In een door de A.V.M.O. gehouden hbs-enquête is voor het behoud van het staatsexamen gekozen.14 De schoolexamens onder staatstoezicht - en niet als staatsexamens - verkrijgen de overhand. Dit discours noemt Bartels ‘een immer vlietende bron’.15
Reglementen 1901, 1912 en 1917
In het Examen- en Programmareglement van 1901 blijft het centraal examen in geschiedenis schriftelijk.16 Staatsinrichting behoudt een mondeling examen. Om voor een vrijstelling in aanmerking te komen was minimaal een zes voor het schriftelijk examen nodig en minimaal een vijf (even voldoende) voor de andere afdelingsvakken.17 Het Examen- en Programmareglement van 1912 wijkt nauwelijks af van 1901. Een lager cijfer dan 7 voor het schriftelijk examen betekent een mondeling examen. Dit reglement is bij KB van 1917 vervangen.18 De wijziging is de beëindiging van het schriftelijk examen in geschiedenis en boekhouden. De cijfers van de examenvakken gaan meetellen in de slaag-/zakregeling. Voor het eindcijfer tellen de coëfficiënten, zoals in afdeling C: staatsinrichting 1x, staathuishoudkunde en de statistiek 1x, geschiedenis 2x, aardrijkskunde 2x en boekhouden 1x.
Uniform rijksleerplan voor vijfjarige hbs 1916
Tegen het einde van de negentiende eeuw ontstaat - als vervolg op de Proeve van een Normaalprogramma van Steyn Parvé - een sterk aan belang winnende opvatting bij de A.V.M.O. over het vastleggen van een uniform hbs-leerplan. Dit resulteert in 1916, na de nodige commotie in Haagse inspectiekringen over de hbs-vakken op het platteland, in de invoering van een uniform leerplan op de vijfjarige en driejarige rijkshbs. Ondanks de wens om vakkencombinaties te maken door het overladen programma beschikken de vakken staatsinrichting, staathuishoudkunde en de statistiek en handelswetenschappen elk over één uur in de vierde en vijfde klas. Op de driejarige hbs is het Normaalprogramma in 1920 afgeschaft. De vijfjarige hbs kreeg dat jaar een aangepast Normaalprogramma.
Driejarige hbs: Normaalprogramma staatsinrichting 1916
De eis voor het vak beginselen der staathuishoudkunde op de driejarige hbs is sinds 1916 ‘Een eenvoudige inleiding, waarbij aan de staatsinrichting aandacht is te schenken’.19 Na de beëindiging van het Normaalprogramma in 1920 is het vak de beginselen der staathuishoudkunde vervangen door staatsinrichting.20 De lessentabel omvat voor staatsinrichting één wekelijks uur in de derde en vierde klas, voor staathuishoudkunde en de statistiek twee uur in de examenklas en voor handelswetenschappen en recht één uur in de vierde klas en twee uur in de examenklas.