Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.10:6.17.10 Tekstvoorstel art. 2:11 BW betreffende de vaste vertegenwoordiger
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.10
6.17.10 Tekstvoorstel art. 2:11 BW betreffende de vaste vertegenwoordiger
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298916:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik sta derhalve open voor commentaar en suggesties.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wennekes en Troost stellen voor het volgende lid aan art. 2:11 BW toe te voegen:
“2. Een rechtspersoon kan alleen een andere rechtspersoon als bestuurder benoemen indien deze een natuurlijk persoon als vaste vertegenwoordiger aanstelt uit de kring van bestuurders van de andere rechtspersoon en deze vertegenwoordiger schriftelijk aanvaardt dat hij gelijkgesteld wordt als ware hij bestuurder op grond van het in lid 1 bepaalde. Deze vertegenwoordiger wordt belast met de uitvoering van de opdracht in naam en voor rekening van de rechtspersoon-bestuurder. De bevoegdheid van de vertegenwoordiger is niet overdraagbaar.”
Deze tekst vormt op zich een goede aanzet voor de (verdere) introductie van de vaste vertegenwoordiger. De tekst is kort en bondig en komt grotendeels overeen met vergelijkbare regelingen in andere landen. Enige wijzigingen dienen echter mijns inziens nog te worden aangebracht. Het is bijvoorbeeld niet de bestuurde rechtspersoon zelf die een andere rechtspersoon tot bestuurder benoemt. Belangrijker is dat ik de term “kring van bestuurders” niet duidelijk vind. Ik ben van mening dat het de voorkeur geniet dat slechts tweedegraads bestuurders-natuurlijke personen benoemd kunnen worden tot vaste vertegenwoordigers. Bovendien ben ik van mening dat – indien er bijvoorbeeld zeven buitenlandse tweedegraads bestuurders-natuurlijke personen zijn – het alleszins redelijk is dat meerdere tot die groep behorende personen benoemd worden tot vaste vertegenwoordigers. Daarnaast is het – zoals ik heb toegelicht – niet nodig de vaste vertegenwoordiger allerlei taken en bevoegdheden toe te kennen. Ten slotte is het mijns inziens niet noodzakelijk dat ook “in Nederlandse verhoudingen” een vaste vertegenwoordiger wordt benoemd. Om deze redenen heb ik een andere concept-wettekst opgesteld. Het betreft overigens zeker geen in steen gehouwen tekst.1 Ik stel voor navolgende leden aan de huidige tekst van art. 2:11 BW toe te voegen:
[Huidige tekst art. 2:11 BW.]
Een rechtspersoon [eventueel: die niet beheerst wordt door Nederlands recht] (de rechtspersoon-bestuurder) kan alleen dan tot bestuurder van een door Nederlands recht beheerste rechtspersoon worden benoemd indien en voor zover een zodanig aantal vaste vertegenwoordigers wordt benoemd als dat er natuurlijke personen zijn die – direct of indirect – bestuurders zijn van de rechtspersoon-bestuurder, met dien verstande dat niet meer dan drie vaste vertegenwoordigers worden benoemd. Slechts natuurlijke personen kunnen vaste vertegenwoordigers zijn. De bepalingen omtrent benoeming en ontslag van bestuurders zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op vaste vertegenwoordigers.
De aansprakelijkheid als in het eerste lid bedoeld rust tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van die aansprakelijkheid van de rechtspersoon-bestuurder daarvan vaste vertegenwoordiger is.
Tenzij de statuten anders bepalen, komt aan een vaste vertegenwoordiger niet de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon toe. [eventueel: Kennen de statuten die bevoegdheid toe, dan zijn de vaste vertegenwoordigers belast met de uitvoering van de opdracht in naam en voor rekening van de rechtspersoon-bestuurder. De bevoegdheid van de vaste vertegenwoordiger is niet overdraagbaar.]
Is een vaste vertegenwoordiger niet langer – direct of indirect – bestuurder van de rechtspersoon-bestuurder, dan blijft die persoon – indien en voor zover er met inachtneming van het in het tweede lid bepaalde geen beletselen zijn voor het zijn van bestuurder – vaste vertegenwoordiger zolang niet in zijn plaats een andere bestuurder tot vaste vertegenwoordiger is benoemd. Een vaste vertegenwoordiger kan slechts ontslagen worden onder gelijktijdige benoeming van een andere vaste vertegenwoordiger.”