Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.2.4:2.5.2.4 Schuldeisersverzuim
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.5.2.4
2.5.2.4 Schuldeisersverzuim
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973578:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
TM, Parl. Gesch. BWBoek 6, 1981, p. 219.
Lock, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c), 2023/6.
HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9855, NJ 2012/144 (Mooijman/WLTO), r.o. 3.7.
Lock, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c), 2023/4.
Lock, Schuldeisersverzuim (Mon. BW nr. B32c), 2023/5.
Ernst 2022, par. 293 BGB, nr. 1-2; zie ook Fikentscher & Heinemann, 2018 par. 8 onder 5, par. 16, II 2; en voorts C.E.C. Jansen 1998, p. 115 e.v.; zie tot slot voor een overzicht van oudere Duitse literatuur C.E.C Jansen 1998, p. 120-121.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedachtevorming over de juridische grondslag van schuldeisersverzuim scharniert ook rond de vraag of een afdwingbare plicht voor de schuldeiser bestaat om mee te werken aan nakoming door de schuldenaar. Naar Nederlands recht is de schuldeiser in beginsel niet verplicht tot medewerking aan de prestatie van de schuldenaar, zolang hij maar de verschuldigde tegenprestatie aan zijn wederpartij voldoet.1 Volgens Lock kan in dat geval van een Obliegenheit worden gesproken.2 Een in par. 2.2 hiervoor al aangehaald arrest van de Hoge Raad over schending van een precontractuele informatieplicht van de opdrachtgever jegens diens opdrachtnemer ondersteunt die opvatting. De Hoge Raad spreekt daar van een ‘gehoudenheid’ die voortvloeit uit de redelijkheid en billijkheid en die meebrengt dat de schuldeiser hetzij op grond van schuldeisersverzuim hetzij op grond van art. 6:101 BW de nadelige gevolgen van dat nalaten zelf moet dragen, terwijl het nalaten aan deze ‘verplichting’ te voldoen geen tekortkoming oplevert.3
Soms bestaat echter wel een afdwingbare medewerkingsplicht in het kader van de regeling van schuldeisersverzuim. Lock wijst bijvoorbeeld op art. 53 en 60 Weens Koopverdrag, welke bepalingen de koper verplichten de gekochte zaak in ontvangst te nemen. Naar Nederlands recht bestaat een dergelijke inontvangstnemingsplicht bij koop niet op grond van de wet, maar deze verplichting kan en wordt wel veelvuldig contractueel bedongen door de verkoper.4 In dat geval is sprake van een verbintenis: niet-nakoming van deze plichten levert een tekortkoming op.5
De medewerkingsplicht in het kader van schuldeisersverzuim kan naar Nederlands recht in termen van afdwingbaarheid dus van kleur verschieten.
In het Duitse recht wordt in het kader van regeling van schuldeisersverzuim (par. 293 BGB) weliswaar gesproken van een ‘Mitwirkungsobliegenheit’, maar ook in Duitsland kan deze gehoudenheid een verbintenisrechtelijke vorm hebben of verkrijgen en daarmee afdwingbaar worden. Dat laatste wordt bijvoorbeeld gesignaleerd in het kader van de aannemingsrechtelijke regeling van schuldeisersverzuim in par. 642 BGB.6 Ook in Duitsland wordt het dus mogelijk geacht dat deze medewerkingsplicht, die in beginsel als Obliegenheit wordt gekwalificeerd, van kleur kan verschieten.