Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.13.1.2:6.13.1.2 Toetsing publicatieplicht namen van bestuurders
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.13.1.2
6.13.1.2 Toetsing publicatieplicht namen van bestuurders
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633486:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Rsli’s met de rechtsvorm kerkgenootschap hoeven niet de namen van hun bestuurders bekend te maken, terwijl rsli’s met een andere rechtsvorm en overige anbi’s dat wel moeten doen (art. 1a, lid 7, onderdeel f, onder 1e Uitv.reg. AWR 1994).
De enige uitzondering voor de overige anbi’s is dat ze op verzoek een ontheffing kunnen krijgen van de inspecteur omdat ze hebben aangetoond dat publicatie van de namen van hun bestuurders een reëel gevaar oplevert voor de persoonlijke veiligheid van deze bestuurders of van hun familieleden. Deze voorwaarde wordt niet gesteld voor de uitzondering voor kerkgenootschappen en levert een verschil op tussen behandeling van kerkgenootschappen en andere rsli’s alsook tussen kerkgenootschappen en andere anbi’s.
Op basis van het grondrecht op privacy (levensovertuiging als bijzonder persoonsgegeven mag niet worden gepubliceerd) zou elke rsli ongeacht de rechtsvorm een beroep moeten kunnen doen op de uitzondering. Dit geldt ook voor anbi-bestuurders van wie andere bijzondere persoonsgegevens dan geloofsovertuiging (art. 9, lid 1 AVG) te herleiden zijn uit de doelstelling en activiteiten van hun anbi’s. Ik zie evenmin een rechtvaardigingsgrond voor het verschil tussen zuivere vermogensfondsen (die voor een beroep op de uitzondering het gevaar moeten aantonen) en kerkgenootschappen (voor wie de uitzondering automatisch van toepassing is).
Er bestaat dus geen objectieve, redelijke rechtvaardigingsgrond voor het verschil in fiscale behandeling inzake publicatie van namen van bestuurders. De wetgever zou in mijn optiek de uitzondering van publicatieplicht voor namen van bestuurders wegens schending van het grondrecht op privacy niet moeten beperken tot namen van bestuurders van kerkgenootschappen maar tevens moeten openstellen voor rsli’s met andere rechtsvormen alsook voor anbi’s die opereren op terreinen waaruit andere – door het grondrecht op privacy beschermde – bijzondere persoonsgegevens van hun bestuurders zijn af te leiden.
Ondanks de UBO-registratieplicht, die ook voor kerkgenootschappen geldt, behoudt de uitzondering van publicatieplicht van namen van bestuurders van kerkgenootschappen volgens mij haar nut. De UBO-registratie van kerkgenootschappen (evenals van andere anbi’s) komt veelal neer op het registreren van bepaalde persoonsgegevens van hun bestuursleden als pseudo-UBO’s, waarvan de volgende gegevens openbaar zijn: de naam, de geboortemaand, het geboortejaar, de nationaliteit en de woonplaats. Dit zijn dus meer persoonsgegevens dan alleen de namen van bestuurders. Voor toegang tot deze openbare UBO-gegevens gelden meer drempels dan voor het raadplegen van het anbi-register. Het anbi-register is toegankelijker: het is te googelen, toegang is gratis en daarvoor hoeft de raadpleger zich niet eerst te registreren en te identificeren. Via de in het anbi-register vermelde internetsite van een rsli of een andere anbi kan de raadpleger zonder de drempels die voor de toegang tot de UBO-gegevens gelden, de namen van bestuurders van de betreffende instelling achterhalen. Daarom blijft de uitzondering van publicatieplicht van namen van bestuurders in de anbi-regeling in mijn optiek relevant.