De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.8.5.1:5.8.5.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.8.5.1
5.8.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949309:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de negatieve lijst is de Wet AROB relevant omdat hierin werd geregeld dat geen voorziening openstond tegen:
“beschikkingen, houdende een beoordeling van het kennen of kunnen van iemand die te dier zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst.”1
Dit is de eerste wettelijke bepaling waarin expliciet beslissingen inzake het kennen en kunnen van een leerling werden uitgezonderd van bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Deze beslissingen worden ook wel beoordelingsbeslissingen genoemd, een examenbeslissing is hier een voorbeeld van. De wetgever maakt in de toelichting bij de Wet AROB niet duidelijk waarom ervoor gekozen is om beoordelingsbeslissingen uit te zonderen van beroep. De wetgever schrijft in de memorie van toelichting slechts dat het duidelijk is dat betreffende beslissingen zich niet lenen voor beoordeling door de administratieve rechter.2 Het idee om beslissingen inzake examens uit te zonderen lijkt afkomstig te zijn van een nader advies van de Commissie Wiarda.3 Hierin staat dat bepaalde beschikkingen uitgezonderd dienen te worden van de Wet AROB als deze zich bezwaarlijk lenen voor rechterlijke controle achteraf. Als voorbeeld van een dergelijke beschikking wordt genoemd: “toepassing onderwijswetten op het stuk van examens”. In de memorie van toelichting wordt verder aangegeven dat de uitzondering ziet op een examenuitslag of een uitslag na elke andere wijze van toetsen van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling. Vervolgens wordt in de memorie van toelichting gesteld dat ongeacht welke wetten op de nieuwe negatieve lijst worden geplaatst, het duidelijk is dat beoordelingsbeslissingen zich niet lenen voor beoordeling door de administratieve rechter. De koppeling die door de wetgever met de negatieve lijst wordt gemaakt is relevant. Zoals hiervoor beschreven worden de onderwijswetten uitgezonderd van de Wet AROB. Daarom is deze uitzondering voor beslissingen inzake het kennen of kunnen, in eerste instantie, niet van toepassing op beschikkingen die zijn genomen op grond van een onderwijswet.