Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.2.2:3.2.2.2 Objectieve onderneming
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.2.2
3.2.2.2 Objectieve onderneming
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS350317:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het begrip ‘onderneming’ wordt verstaan: een duurzame organisatie die erop is gericht met behulp van arbeid en kapitaal deel te nemen aan het maatschappelijk productieproces met het oogmerk om winst te behalen (zie o.a. HR 7 oktober 1981, nr. 20 722, BNB 1981/299). De wil van de ondernemer is voor de vaststelling of sprake is van een onderneming niet relevant. Het gaat uitsluitend om de wijze van exploitatie (HR 21 mei 1958, nr. 13 574, BNB 1958/212). Het begrip ‘onderneming’ speelt een belangrijke rol in de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Toegang tot de faciliteiten, zo zal blijken in de hoofdstukken 4 en 5, is beperkt tot situaties waarbij sprake is van een onderneming in de zin van art. 3.2 Wet IB 2001.
Het kan zijn dat een ondernemer meer objectieve ondernemingen drijft. Dit blijkt uit artikel 3.2 Wet IB 2001. De ondernemer wordt dan per afzonderlijke onderneming belast. Deze keuze van de wetgever leidt er onder andere toe dat het overbrengen van activa van de ene naar de andere onderneming belastingheffing over de stille reserves met zich brengt. Ook het staken van de ene onderneming gevolgd door het opstarten van een andere onderneming, leidt tot realisatie van de reserves. Met ingang van 1 januari 2008 kunnen stille reserves op bedrijfsmiddelen en herinvesteringsreserves overigens gemakkelijker worden doorgeschoven naar een andere onderneming (art. 3.64 Wet IB 2001). Tot genoemde datum gold dit alleen bij overheidsingrijpen.