Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.2.1:3.2.2.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.2.2.1
3.2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS349135:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Fiscaalrechtelijk is het onderscheid tussen de objectieve onderneming en de persoon die de onderneming drijft (de subjectieve ondernemer) zeer relevant. Waar in de bedrijfseconomie alleen de objectieve onderneming van belang is, sluit de belastingheffing aan bij de persoon die achter de onderneming zit. Dit komt tot uiting bij overdracht van de onderneming. De overdracht leidt tot heffing bij de subjectieve ondernemer, ondanks het feit dat de objectieve onderneming blijft bestaan. Het is allereerst van belang te bepalen of fiscaalrechtelijk sprake is van een onderneming (paragraaf 3.2.2.2). Deze analyse is van belang omdat het begrip ‘onderneming’ een sleutelrol vervult in zowel de doorschuiffaciliteiten als de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting. Vervolgens moet worden nagegaan voor wiens rekening de onderneming wordt gedreven (paragraaf 3.2.2.3). Het is deze persoon die uiteindelijk in de heffing moet worden betrokken bij overdracht van een IB-onderneming. Bij een eenmanszaak zal dit één persoon zijn, terwijl een onderneming gedreven in de vorm van een personenvennootschap voor rekening van meer personen wordt gedreven. Hier is ook de hoedanigheid van de winstgenieter van belang. Zo is in de Wet IB 2001 een onderscheid gemaakt tussen ondernemers (art. 3.4 Wet IB 2001) en medegerechtigden tot het vermogen van een onderneming (art. 3.3, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001). Voor de toepassing van de doorschuiffaciliteiten en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting is dit onderscheid ook van belang. Het verschil tussen een ondernemer en een medegerechtigde is dat een ondernemer ook rechtstreeks moet worden verbonden voor verbintenissen betreffende die onderneming (art. 3.4 Wet IB 2001). Deze problematiek komt bijvoorbeeld naar voren indien als tussenfase naar de uiteindelijke bedrijfsoverdracht een CV wordt aangegaan. De commanditaire vennoot in een CV voldoet normaliter niet aan de verbondenheidseis. De problematiek inzake het verbondenheidsvereiste komt aan de orde in paragraaf 3.2.2.4.