Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.2.1.2
4.2.1.2 Met de invoering van de AWR naar art. 272 Sr
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285222:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
MvT, Kamerstukken II 1954/55, 4080, nr. 3, blz. 23. Vergelijk: ook bij de invoering van de Awb werd aansluiting gezocht bij art. 272 Sr (VV, Kamerstukken II 1989/90, 21 221, nr. 4, blz. 29 en MvA, Kamerstukken II 1990/91, 21 221, nr. 5, blz. 46).
Ontwerp van Wet, Kamerstukken II 1952/53, 3030, nr. 2.
De diverse fiscale strafbepalingen zouden komen te vervallen. Zie ook: A.H.G. de Groot, Algemene bepalingen omtrent de bestraffing van schending van geheimen, WFR 1953/461.
Het wetsvoorstel 3030 werd ingetrokken bij brief Minister van Justitie van 4 april 1966, Kamerstukken I 1965/66, 3030, nr. 136 en Wet van 30 juni 1967 tot vaststelling van algemene bepalingen omtrent de bestraffing van schending van geheimen, Kamerstukken II 1965/66, 8538, Stb. 1967, 377. Vergelijk: de verschillende wetteksten van art. 272 Sr opgenomen in Appendix B.
MvT, Kamerstukken II 1965/66, 8538, nr. 3, blz. 6. Zie ook: HR (strafkamer) 9 november 1954, ECLI:NL:HR:1954:1, NJ 1955/55 en A.J.M. Machielse, commentaar op art. 272 Sr, Noyon/Langemeijer/Remmelink Strafrecht (online, geraadpleegd op 13 februari 2019), aant. 11.
Wet van 16 december 2010 houdende vaststelling van de Wet Belastingwet BES (Belastingwet BES), Kamerstukken II 2009/10, 32 189, Stb. 2010, 845.
MvT, Kamerstukken II 2009/10, 32 189, nr. 3, blz. 86 en NAV, Kamerstukken II 2009/10, 32 189, nr. 7, blz. 54. Als uitgangspunt werd genomen dat de bestaande regelgeving zoveel mogelijk gehandhaafd bleef. De maximumstraffen bij opzet zijn fors hoger en de culpoze schending van de geheimhouding is niet opgenomen in art. 285 Sr BES (zie: Appendix B).
Bij de invoering van de AWR is gekozen om geen fiscale strafbepaling in de AWR op te nemen, maar aansluiting te zoeken bij art. 272 Sr.1 Hierbij werd in de memorie van toelichting verwezen naar het wetsvoorstel om die strafbepaling te moderniseren.2 Het voornemen bestond om, anders dan voorheen, in art. 272 Sr zowel de opzettelijke- als de culpoze schending van de geheimhouding strafbaar te stellen.3 Dat wetsvoorstel werd echter ingetrokken onder gelijktijdige indiening van een nieuw wetsvoorstel.4 Mede gezien de jurisprudentie over voorwaardelijke opzet en het bestaan van disciplinaire maatregelen werd in dat nieuwe wetsvoorstel de culpoze schending van de geheimhouding toch niet strafbaar gesteld.5 De culpoze strafbaarstelling bij schending van de fiscale geheimhouding verdween daarmee (onbedoeld) geruisloos uit beeld. De culpoze schending van de geheimhouding is sinds 2011 overigens wel opgenomen in art. 8:75 Belastingwet BES.6 Hierbij werd bewust afgeweken van art. 285 Sr BES omdat de schending van de fiscale geheimhoudingsplicht ernstiger zou zijn dan de schending van een ambts- of beroepsgeheim.7