Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/2.6.1.0:2.6.1.0 Introductie
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/2.6.1.0
2.6.1.0 Introductie
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS302523:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Of het recht op daadwerkelijke toegang geschonden is, hangt van de omstandigheden van het geval af. In de zaak Airey werd het ontbreken van betaalbare rechtsbijstand, gecombineerd met het gegeven dat het een juridisch ingewikkelde alsook een emotioneel gevoelige procedure betrof (een echtscheidingsprocedure met onder andere gecompliceerde bewijskwesties), als een schending van het recht op daadwerkelijke toegang aangemerkt, ondanks het feit dat de rechtzoekende, mevrouw Airey, volgens de Ierse wet gerechtigd was om in persoon ten gerechte te verschijnen.
Het Europees Hof heeft echter uit het recht op daadwerkelijke toegang geen algemeen recht op rechtsbijstand afgeleid.1 Al eerder oordeelde in gelijke zin de Europese Commissie.2 Gezien de grenzen aan de financiële middelen van de overheid is dit een logisch standpunt van Hof en Commissie.
In Nederland wordt de wettelijke regeling van de gefinancierde rechtshulp gevormd door de Wet op de rechtsbijstand (WRB). Het is een uitwerking van het in art. 18 Gw aan eenieder toegekende recht op rechtsbijstand en geeft uitvoering aan het in lid 2 van dat artikel bepaalde:
'De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen.'
Met de WRB is een nieuwe wettelijke regeling getroffen voor de gefinancierde rechtshulp waarmee de tot 31 januari 1994 nog vigerende Wet Rechtsbijstand aan On- en Minvermogenden (WROM) is vervangen. De WRB is voor een deel een neerslag van het rechtshulpsysteem zoals zich dat onder de WROM heeft ontwikkeld. Voorbijgaande aan deze ontwikkelingslijnen,3 wil ik wijzen op enkele aspecten uit de inmiddels alweer meer dan tien jaar bestaande rechtsbijstandsregeling in de WRB die van belang zijn voor het recht op toegang tot de rechter.