Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.3.3.5
5.3.3.5 Boetebeschikking
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575208:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van art. 256 EG vormen beschikkingen van de Commissie welke voor natuurlijke of rechtspersonen (met uitzondering van staten) een geldelijke verplichting inhouden een executoriale titel. De tenuitvoerlegging geschiedt aldus art. 256 EG volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de staat op wiens grondgebied zij plaatsvindt. Het toezicht op de regelmatigheid van de wijze van tenuitvoerlegging behoort tot de bevoegdheid van de nationale rechterlijke instanties aldus art. 256 EG. Betreft het een boete opgelegd op grond van de Mededingingswet dan kan de raad van bestuur van de NMa de verschuldigde boete, rente en kosten bij dwangbevel invorderen (zie de art. 67 en 68 Mw). Het dwangbevel wordt bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op (zie art. 68 Mw). Een bestuurlijke boete kan voor de civiele voorzieningenrechter worden ingevorderd. Tegen het dwangbevel staat gedurende zes weken na de dag van betekening verzet open door dagvaarding van de Staat voor de burgerlijke rechter. Het gevolg van het verzet is dat de tenuitvoerlegging wordt geschorst. Op grond van het vierde lid van art. 68 Mw kan de rechter op verzoek van de Staat de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
Een boetebeschikking is een beschikking waarbij een boete aan de schender van het mededingingsrecht wordt opgelegd. Een boetebeschikking bracht en brengt geen directe consequenties met zich mee voor de nationale rechter. Uiteraard kan de nationale rechter wel een rol spelen bij de inning van de boete door de Commissie.1