Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.3.1
6.3.1 Religieuze groepsbeschikkingen
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633479:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 15 van het hierna te bespreken CIO-convenant.
https://www.cioweb.nl/kerkgenootschap/ en https://www.cioweb.nl/belastingdienst-en-kerkgenootschappen-tekenen-hernieuwd-convenant/, laatst geraadpleegd op 29 november 2021.
Antwoord op Kamervragen d.d. 7 juli 2014, Aanhangsel Tweede Kamer 2013/14, nr. 2489, antwoord op vraag 1-3.
Rechtbank Den Haag 7 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5555, r.o. 10.
In de anonimisering van deze uitspraak staat achter de stichting abusievelijk kerkgenootschap vermeld. Stichting en kerkgenootschap zijn immers twee verschillende rechtsvormen. Beter was het geweest om in de geanonimiseerde benaming achter het woord ‘stichting’ in plaats van ‘kerkgenootschap’ de term ‘religieuze organisatie’ op te nemen: Stichting (religieuze organisatie).
Hof Den Haag 28 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1354, r.o. 5.3, 5.4.1. en 5.4.2.
Een groepsbeschikking heeft als voordeel dat de overkoepelende organisatie in één keer de anbi-status aanvraagt voor alle verbonden rechtspersonen. Dit beperkt de administratieve lasten voor de organisatie. Zo heeft ieder van de 31 in het CIO verenigde kerkgenootschappen een groepsbeschikking ontvangen. Hiermee is elk CIO-kerkgenootschap samen met de in de groepsbeschikking opgenomen instellingen met een algemeen nut beogende doelstelling die zich binnen de invloedssfeer van dat kerkgenootschap bevinden, als anbi aangemerkt (art. 1e, lid 1 Uitv.reg AWR).1 Deze invloedssfeer kan o.a. blijken uit de doelstelling, benoeming/voordracht bestuur, financiële verantwoording, bestemming liquidatiesaldo en/of een kerkordelijk verband. Elk CIO-kerkgenootschap houdt een lijst bij van deze instellingen die periodiek met de Belastingdienst wordt gedeeld. Zelfstandige onderdelen van een CIO-kerkgenootschap zijn aldus noch bij het Handelsregister noch bij de Belastingdienst afzonderlijk geregistreerd. Deze 31 kerkgenootschappen hebben in totaal ongeveer zeven miljoen kerkleden.2
Zoals hiervoor al bleek, hebben ook 36 religieuze instellingen die niet bij het CIO zijn aangesloten een groepsbeschikking ontvangen. Volgens de staatssecretaris zijn de meeste kerkgenootschappen bij groepsbeschikking aangewezen.3
Dat een groepsbeschikking niet nodig is voor een afdeling of dependance van een anbi blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Den Haag.4 De overkoepelende religieuze organisatie D had de rechtsvorm stichting en beschikte over de anbi-status. Volgens deze rechtbank hoefde stichting E, die zich in een andere plaats bevond en een dependance vormde van de overkoepelende religieuze organisatie D, niet zelf een anbi-beschikking te hebben of in een groepsbeschikking te zijn opgenomen voor aftrek van de contante giften die E ten behoeve van D in ontvangst had genomen.5 E was immers niet meer dan een verzamelpunt voor de gelovigen uit een bepaalde regio en ten minste vier van de maximaal zeven bestuursleden werden benoemd in overleg met en uit het bestuur van D. In hoger beroep werd de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.6 Stichting E, die de contante giften niet vanuit een eigen doelstelling in ontvangst nam en aanwendde maar voor de doelstelling van D, was naar het oordeel van het hof te kwalificeren als een loketinstelling die de giften doorzette naar de overkoepelende organisatie D met anbi-status. Dat E een eigen fiscaal nummer, een eigen inschrijving bij de Kamer van Koophandel, eigen bankrekeningen en een eigen administratie had en slechts 70 tot 80 procent van de giften aan D afdroeg, deed daar niet aan af, aldus het hof. De instelling E maakte immers onderdeel uit van D en het niet afgedragen deel van de contante giften werd aangewend voor de lokale afdeling van de religieuze organisatie. Uit dit deel werden namelijk de kosten van de lokale plaats van aanbidding, het salaris van de voorganger, de religieuze activiteiten en de aan de ruimte verbonden exploitatiekosten voldaan. Als de giften volledig waren afgedragen aan D, dan zou D deze kosten van de lokale afdeling hebben vergoed aan de lokale afdeling. Inhouding door E van een deel van de contante giften vond plaats ter vermijding van een kasrondje.