Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/4.11
4.11 Afschrijven of afwaarderen op lagere bedrijfswaarde?
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS349177:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
T.A. Gladpootjes en B. van Walderveen, De fiscale behandeling van STRIPS, Weekblad 1996/ 6182, blz. 91, noot 9.
Eveneens een belanghebbende in de vragenrubriek van Vakstudie Nieuws, V-N 1996, blz. 2656 welke spreekt over 'afschrijving naar lagere bedrijfswaarde'.
Vergelijk HR 18 maart 1992, nr. 27 461, BNB 1992/184, FED 1992/432 met noot van G.T.K. Meussen. Afschrijven op tonnagevergunningen is niet mogelijk omdat deze een onbeperkte gebruiksduur hebben. Afwaarderen van de vergunningen is echter wel toelaatbaar nu de vermogenswaarde tot op nihil gedaald is. Zie ook Hof Amsterdam 18 oktober 1995, nr. 94/0450, FED 1996/266 betreffende vergunningen voor speelautomaten. Ondanks formele onoverdraagbaarheid was er feitelijk geen sprake van een waardeverlies. Géén afwaardering maar ook géén afschrijving mogelijk.
In de literatuur worden in relatie tot het fiscale begrip bedrijfswaarde de termen `afschrijven' en 'afwaarderen' nog wel eens door elkaar gehaald en op een niet-eenduidige wijze gebruikt. Gladpootjes en Van Walderveen1 schrijven bijvoorbeeld over afschrijven in verband met lagere bedrijfswaarde2 (NB: In het
Duitse belastingrecht spreekt men dienaangaande over `Teilwertabschreibung').
Ik kan een dergelijke zienswijze niet onderschrijven, want het afschrijven op een bedrijfsmiddel is iets volstrekt anders dan het afwaarderen van een activum op lagere bedrijfswaarde. Afschrijven betekent het tot uitdrukking brengen van de waardevermindering van een activum in de zin van afnemende nutsprestaties, veroorzaakt door het gebruik ervan. Er kan ook nog sprake zijn van zogenaamde extra-afschrijving bij schade aan een activum als gevolg van een ramp, ongeval etc.
Afschrijven heeft altijd te maken met de technische en economische levensduur van een bedrijfsmiddel en de na afloop daarvan nog resterende restwaarde. Bij afwaarderen van een bedrijfsmiddel op lagere bedrijfswaarde daarentegen 'duikt' men beneden de boekwaarde zonder dat dit tot een wijziging van het met het desbetreffende bedrijfsmiddel te behalen aantal nutsprestaties leidt. De voor de afwaardering op lagere bedrijfswaarde benodigde duurzame waardedaling wordt immers niet opgeroepen door de wijze van gebruik van het bedrijfsmiddel, maar bijvoorbeeld door de onderrentabiliteit van het productieproces.
Ook in de jurisprudentie3 wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen afschrijven van een activum en afwaarderen van een activum op lagere bedrijfswaarde.
Het verdient de voorkeur om met betrekking tot de bedrijfswaardeproblematiek uitsluitend de term afwaarderen te gebruiken (en niet afschrijven). Daardoor wordt tevens een duidelijke cesuur gemaakt met de jurisprudentie uit de veertiger jaren waarbij afschrijven werd geïnterpreteerd als het tot uitdrukking brengen van de daling van de bedrijfswaarde van een activum.