Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/7.2.2.4:7.2.2.4 Wat is nu het toetskader?
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/7.2.2.4
7.2.2.4 Wat is nu het toetskader?
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270204:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Corstens 1989, onderdeel 3.1.
EHRM 10 februari 20019, ECLI:CE:ECHR:2009:0210JUD001493903, FED 2009/50 (Zolotukhin/Rusland), r.o. 52.
Noot Van Emmerik bij EHRM 21 februari 1984, ECLI:NL:XX:1984:AC9954, NJ 1988/937 (Öztϋrk/Duitsland).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf zal worden stilgestaan bij het feit dat de begrippen criminal charge en penalty beide van belang zijn in het licht van het ne bis in idem-beginsel, en dat het nationale strafbegrip in deze context niet relevant is.
Waar de begrippen penalty en criminal charge in de artikelen 6 en 7 EVRM gelinkt worden aan het legaliteitsbeginsel en het recht op een eerlijk proces, hebben de begrippen ook een relatie met de art. 4 7de Protocol EVRM (en art. 50 EU-Handvest).
“No one shall be liable to be tried or punished again in criminal proceedings under the jurisdiction of the same State for an offence for which he has already been finally acquitted or convicted in accordance with the law and penal procedure of that State.”
Uit de bepaling blijkt dat iemand niet tweemaal vervolgd (criminal charge), maar ook niet tweemaal bestraft (penalty) mag worden voor hetzelfde feit. De principes van ne bis vexari en ne bis puniri schemeren hier met andere woorden door. Beide zojuist genoemde begrippen (zowel penalty als criminal charge), lijken dus binnen de reikwijdte van art. 4, 7de Protocol bij het EVRM te vallen. Het EHRM zegt hierover inderdaad:
“The notion of ‘penal procedure’ in the text of Article 4 of Protocol No. 7 must be interpreted in the light of the general principles concerning the corresponding words ‘criminal charge’ and ‘penalty’ in Articles 6 and 7 of the Convention respectively (see Haarvig v. Norway (dec.), no. 11187/05, 11 December 2007; Rosenquist v. Sweden (dec.), no. 60619/00, 14 September 2004; Manasson v. Sweden (dec.), no. 41265/98, 8 April 2003; Göktan v. France, no. 33402/96, § 48, ECHR 2002-V (EHRC 2002/72, m.nt. GM); Malige v. France, 23 September 1998, § 35, Reports 1998-VII (NJB 1998/2084; NJCM-Bulletin 2000/873, m.nt. MK); and Nilssonv. Sweden (dec.), no. 73661/01, ECHR 2005-…(EHRC 2006/29, m.nt. Albers)).”
Kortom: iemand mag niet tweemaal worden blootgesteld aan ‘strafrechtelijke’ vervolging; dan is tweemaal sprake geweest van sanctieoplegging in een procedure die als criminal charge kan worden aangemerkt en dit is verboden op grond van art. 4 7de Protocol EVRM (ne bis vexari). Ook mag iemand niet tweemaal worden bestraft; dan is tweemaal sprake is geweest van oplegging van een penalty, en ook dit is verboden op grond van art. 4 7de Protocol EVRM (ne bis puniri). Daarmee is niet gezegd dat de oplegging van die penalty per definitie een criminal charge behelsde. Het EHRM heeft immers geoordeeld dat de oplegging via een bestraffende procedure als bedoeld in art. 6 EVRM wel een indicatie kan zijn voor het aanmerken van de desbetreffende sanctie als penalty, maar dat dit niet een doorslaggevend argument is. Ook als een sanctie is opgelegd in een procedure die niet als criminal charge te gelden heeft, dan kan dus sprake zijn van een penalty, namelijk als aan de andere voorwaarden (zie paragraaf 7.2.2.1) voor het aanmerken van een sanctie als penalty werd voldaan. Indien dit inderdaad zo is, dan is sprake van schending van art. 4 7de Protocol EVRM.
Het toetskader met het oog op het voorkomen van ongeoorloofde samenloop, waartegen het ne bis in idem- beginsel bescherming biedt, bestaat dus zowel uit de regels ter bepaling of sprake is van een criminal charge als de regels ter bepaling of sprake is van een penalty.
Te beredeneren valt, dat het criminal charge-begrip omvattender is dan het strafbegrip, net als dat het ne bis vexari-beginsel ruimer is dan het beginsel van ne bis puniri. Wanneer immers tweemaal strafrechtelijk vervolgen wordt voorkomen, dan is tweemaal bestraffen reeds niet meer aan de orde.
In het licht van de zojuist voorgehouden theorie (en de theorie over het concept penalty, zie paragraaf 7.2.2.4.), is dit uitgangspunt niet helemaal juist. Art. 4 7de Protocol EVRM verbiedt immers (ook) de oplegging van twee penaltys en die hoeven beide niet noodzakelijkerwijs ‘via’ een criminal charge te zijn opgelegd. De vraag is echter hoe vaak dit soort situaties voorkomt: het gaat dan immers op de oplegging van twee sancties met een strafkarakter, die allebei via een niet-bestraffende procedure zijn opgelegd.
De theorie die inhoudt dat het ne bis verari-beginsel omvattender is, als gevolg waarvan het criminal charge-begrip als aanknopingspunt zou moeten gelden, lijkt dus gerechtvaardigd.
Ook Corstens legt uit dat het ne bis in idem-beginsel betekent dat niet ‘gestapeld’ kan worden met criminal charges:
“In de strafrechtelijke doctrine wordt een onderscheid gemaakt tussen ne bis puniri en ne bis vexari: respectievelijk niet tweemaal straffen en niet tweemaal vervolgen. Art. 68 Sr drukt het laatste uit. Ne bis vexari includeert ne bis puniri: als je niet tweemaal voor hetzelfde feit mag worden vervolgd, kan er van een tweede bestraffing voor hetzelfde feit geen sprake zijn. Bestraffing veronderstelt een voorafgaande vervolging. Het omgekeerde is niet het geval: ne bis puniri behelst niet per definitie ne bis vexari.”1
Tot slot: het EHRM heeft bij de invulling van het criminal charge-begrip uitdrukkelijk te kennen gegeven dat de nationale kwalificatie (bijvoorbeeld als straf) niet doorslaggevend is.2 Om te voorkomen dat bij het EVRM aangesloten staten waarborgen als ne bis in idem zouden omzeilen door de introductie van vormen van niet-strafrechtelijke afdoening van overtredingen, is het EHRM gedwongen om aan het begrip criminal charge een autonome uitleg te geven, aldus verwoord door Van Emmerik in zijn noot bij de zaak Öztϋrk/Duitsland.3Dit maakt het begrip ook toepasbaar over de landsgrenzen heen en ook om die reden is het criminal charge-begrip autonoom.
Al met al zal het criminal charge-toetskader zal dus leidend zijn bij de beoordeling van de kwalificatie van de oplegging van sancties in het licht van de toepassing van het ne bis in idem-beginsel. Daarbij wordt wel rekening gehouden met het feit dat art. 4 7de Protocol tevens verbiedt dat tweemaal een penalty wordt opgelegd, ook als deze penalty niet het gevolg is geweest van strafrechtelijke vervolging.