De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/6.2.3:6.2.3 De importeur en exporteur van seksuele dienstverleners
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/6.2.3
6.2.3 De importeur en exporteur van seksuele dienstverleners
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS388632:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:857, NJ 2016/314 m.nt. Van Kempen.
Zie § 3.4.5.
HR 18 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1788, NJ 2000/443 en HR 10 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:670, NJ 2015/443 m.nt. Klip.
HR 20 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3425, NJ 2006/35.
Zie hieromtrent ook § 6.2.1 en 6.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sub 3 van artikel 273f lid 1 Sr is gericht op de importeur of exporteur van seksuele dienstverleners. Het stelt de persoon strafbaar die iemand in het ene land werft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk diegene in het andere land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. Net zoals bij sub 4 geldt ten aanzien van dit onderdeel dat de gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.1
Het importeren of exporteren van seksuele dienstverleners is als zodanig niet schadelijk. Het een ander ertoe brengen zich in een ander land beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling veroorzaakt op zichzelf geen setback of interests en een schending van het welzijnsrecht van een ander. De vraag die hier dus speelt is of de manier waarop dit resultaat is bereikt schadelijk is, dan wel of de uitbuiting die moet worden verondersteld schadelijk is.
Het werven en medenemen wordt ruim uitgelegd.2 Aanwerven betreft iedere daad waardoor een persoon wordt geworven teneinde die persoon in een ander land tot prostitutie te brengen. Niet behoeft te blijken dat de wijze van aanwerving de keuzevrijheid heeft beperkt.3 Van ‘medenemen’ kan voorts al sprake zijn als het slachtoffer alleen heeft gereisd naar een plaats en daar is opgevangen door de verdachte en verder is vervoerd.4 Beide zijn neutrale begrippen die niet gepaard hoeven te gaan met een inbreuk op de persoonlijke vrijheid. De geworven persoon kan het zelfs zeer wenselijk vinden in een ander land in de seksindustrie te gaan werken. Strafbaarstelling van de importeur en de exporteur die seksuele dienstverleners werft of medeneemt uit een ander land is in dat geval dan ook strijdig met het (enge) schadebeginsel.
Bij een ruim schadebeginsel hangt de strafwaardigheid van de bepaling af van de waardering van ‘het verrichten van seksuele dienstverlening tegen betaling’. Strafbaarstelling zou zijn gerechtvaardigd indien de overheid van oordeel zou zijn dat sekswerk verwerpelijk is en je als sekswerker slechter af bent dan je zou moeten zijn gelet op je toekomstig welbevinden. Indien dit niet het uitgangspunt is van de overheid, zou de strafbaarstelling in strijd zijn met het ruime schadebeginsel. Gelet op het Nederlandse legale prostitutiebeleid, is het laatste scenario van toepassing.
Echter, zoals reeds opgemerkt betreft een impliciet bestanddeel van sub 3 de uitbuitingssituatie. Dat verandert bovenstaande conclusie. De strafbaarstelling van de importeur en exporteur van seksuele dienstverleners die de dienstverleners werft of medeneemt tegen de achtergrond van een uitbuitingssituatie is verenigbaar met het (enge) schadebeginsel voor zover die uitbuiting een negatieve vrijheidsinbreuk met zich brengt (zoals bij dwang, bedreiging en misleiding).5 Anders dan de handelingen werven en medenemen, vormt ontvoering zelfstandig een inbreuk op de persoonlijke vrijheid. Bij een ontvoering wordt een persoon tegen zijn wil weggevoerd. Dit betreft een terugval in het belang van het slachtoffer: voor de ontvoering was de persoon vrij om zich te bewegen, door de ontvoering niet meer. En het betreft een inbreuk op het welzijnsrecht ‘vrijheid’. De strafbaarstelling van de im- of exporteur die sekswerkers ontvoert is aldus verenigbaar met het (enge en ruime) schadebeginsel – ongeacht de uitbuitingssituatie die moet worden verondersteld.
Bij een ruim schadebeginsel is uitbuiting in elke hoedanigheid schadelijk.