Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.5:1.5 Doelstelling van deze studie
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/1.5
1.5 Doelstelling van deze studie
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268353:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het juridisch kader voor de uitvoering van personentoetsingen in de Nederlandse financiële sector is, zoals blijkt uit paragraaf 1.1, complex. Er is sprake van drie verschillende toetsingen, vier verschillende toezichthouders en een uitbundige hoeveelheid Europese en nationale regelgeving. De reikwijdte van de toetsingen strekt zich uit tot beleidsbepalers, medebeleidsbepalers, dagelijks beleidsbepalers, interne toezichthouders, leden van het tweede echelon, houders van een interne controlefunctie en houders van een gekwalificeerde deelneming; begrippen die niet steeds voor zich spreken en bovendien met elkaar kunnen overlappen. Deze studie beoogt overzicht te bieden in dit geheel aan Nederlandse en Europese regelgeving en de kaders voor de uitvoering van personentoetsingen te verduidelijken voor wetgevingsjuristen, toezichthouders en de praktijk. Zie hiervoor in het bijzonder Tabel 2.1 aan het eind van Hoofdstuk 2 (overzicht Nederlandse wet- en regelgeving), Tabel 3.1 opgenomen in Hoofdstuk 3 (overzicht Europese wet- en regelgeving) en de in Hoofdstuk 1, paragraaf 1.10 opgenomen toelichting op de verschillende doelgroepen en gehanteerde begrippen.
Daarnaast beoogt deze studie een bijdrage te leveren aan het onderzoeken en oplossen van de in paragraaf 1.4 geschetste juridische knelpunten en dilemma’s die in het systeem van personentoetsingen liggen besloten. Aandacht is daarbij onder meer voor 1) het bewerkstelligen van een Europees level playing field, onder meer bij afwijkingen tussen het Nederlandse en Europese systeem van personentoetsingen, 2) het waarborgen van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, in het bijzonder bij gebruik van open normen in de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving over personentoetsingen, 3) het realiseren van effectieve rechtsbescherming, mede in het licht van de drempels die in de praktijk kunnen worden ervaren om gebruik te maken van bestaande mogelijkheden van rechtsbescherming, 4) het bevorderen van een effectief en proportioneel systeem van toezicht en regelgeving, recht doende aan de eigen verantwoordelijkheid van financiële instellingen voor goed bestuur en met bijzondere aandacht voor 5) die gevallen waarbij het uitvoeren van personentoetsingen raakt aan andere beleidsdoelstellingen en wettelijke regelingen op het gebied van goed bestuur en governance, zoals het streven naar diversiteit in de top van financiële instellingen en de uitvoering van het bancair tuchtrecht.
Met dit proefschrift wordt niet beoogd om al deze knelpunten en vragen uitputtend te beantwoorden; wel om nadere inzichten te bieden in de bestaande problematiek en een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van het leerstuk van de personentoetsingen door de Nederlandse en Europese wetgevers en toezichthouders en in de rechtspraktijk. De conclusies en aanbevelingen, zoals deze volgen uit deze studie, beogen hierbij behulpzaam te zijn.