Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.10
6.10 Empirisch onderzoek naar aantallen portefeuilleoverdrachten
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950456:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een mooi karwei voor de periode van de in verband met de coronapandemie ingestelde avondklok in januari/ februari 2021.
Boshuizen, Jager en Van Asch, in: Toezicht financiële markten, art. 3:115 Wft, aant. 6.3. Zie verder hoofdstuk 5.8 van dit proefschrift.
Nationaal Archief, Den Haag, Stichting Pensioen- en Verzekeringskamer: jaarstukken, https://www.nationaalarchief.nl (nummer toegang 2.25.108).
Wet van 13 oktober 2004, houdende bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- en Verzekeringskamer (Staatsblad 2004, 556).
Zelfstandig bestuursorgaan.
De ZBO-verantwoordingen vanaf 2015 zijn te raadplegen op https://www.dnb.nl/over-ons/organisatie/begroting-en-verantwoording.
De tabellen over aantallen verleende vvgb’s in de ZBO-verantwoordingen bevatten geen verwijzing naar of opmerking over portefeuilleoverdrachten. Dat de voor portefeuilleoverdrachten verleende instemming niet wordt meegeteld in die tabellen leid ik bovendien af uit de ZBO-verantwoording over 2018. Daarin wordt op pagina 21 opgemerkt: “Fusies en overnames hebben de afgelopen jaren in de verzekeringssector tot aanzienlijke consolidatie geleid. Ook in 2018 vroegen fusies en overnames veel aandacht van DNB. Aan het eind van deze, vaak langlopende, trajecten heeft DNB een formele rol, omdat voor de overname van de aandelen van een verzekeraar (voetnoot met nummer 7) dan wel voor een portefeuilleoverdracht of fusie tussen verzekeraars een vvgb vereist is.” Bij de voetnoot met nummer 7 staat dan: “In 2018 zijn 28 vvgb’s verstrekt.” Het aantal van 28 is het aantal vvgb’s dat in de tabel over het aantal vvgb’s in 2018 (op pagina 54 van deze ZBO-verantwoording) staat vermeld. Als de instemming voor portefeuilleoverdrachten in de tabel zou worden meegeteld, had daar een hoger getal moeten staan.
Mijn optelling op basis van de vermelde getallen komt uit op 255.
De Wet op het schadeverzekeringsbedrijf trad in werking op 1 september 1966. Op 1 maart 1967 werden de artikelen 39 tot en met 41 – de regeling van de portefeuilleoverdracht – van kracht, zo blijkt uit het Verslag van de Verzekeringskamer betreffende het schadeverzekeringsbedrijf over de periode 1 september 1966 – 31 december 1967, p. 10.
Mijn optelling op basis van de vermelde getallen komt uit op 1409.
Verslag van de Verzekeringskamer betreffende het schadeverzekeringsbedrijf over het jaar 1968, p. 12.
Met een “uitschieter” in 2018 van 11 portefeuilleoverdrachten.
Ik besprak dat in hoofdstuk 3.2.
Zie hoofdstuk 3.3.
CBb 14 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1063, Nederlands Juristenblad 2022/250; Jurisprudentie Bestuursrecht 2022/37, m.nt. R.J.N. Schlössels; JOR 2022/64, m.nt. S.M.C. Nuijten; JIN 2022/78, m.nt. R.J.N. Schlössels; Pensioenrecht Updates 2022/66; Rechtspraak Financieel recht 2022/37; AB Rechtspraak Bestuursrecht 2022/204, m.nt. R. Stijnen; JONDR 2022/479; Ondernemingsrecht 2022/22, m.nt. A.M.M. Menken (Polishouders Optas/DNB).
Ik beschreef dat in hoofdstuk 6.6.7 van dit onderzoek en in februari 2022 in Ondernemingsrecht 2022/22, m.nt. A.M.M. Menken.
(1) Staatscourant 14 januari 2011, nr. 884 vermeldt de overgang van rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van herverzekering op N.V. Schadeverzekeringsmaatschappij Maas Lloyd N.V.(2) Staatscourant 18 mei 2012, nr. 10028 vermeldt dat Delta Lloyd Herverzekeringmaatschappij N.V. rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schade-herverzekering heeft overgedragen aan Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.(3) Staatscourant 18 mei 2012, nr. 10029 vermeldt de overgang van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van leven-herverzekering bij een juridische fusie tussen Delta Lloyd Herverzekeringmaatschappij N.V. (verdwijnende rechtspersoon) en Delta Lloyd Levensverzekering N.V. (verkrijgende rechtspersoon).
Staatsblad 1997, 776 (Wet van 24 december 1997 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de regeling van de splitsing van rechtspersonen).
(1) Het jaarverslag van de Verzekeringskamer over 1998 vermeldt 1 splitsing bij schadeverzekeraars, (p. 85-87).(2) Staatscourant 6 juni 2003, nr. 107 vermeldt 1 juridische splitsing met schadeverzekeraar N.V. Risicofonds voor het Onderwijs als verkrijgende rechtspersoon.(3) Staatscourant 8 juni 2006, nr. 109 vermeldt 1 juridische splitsing met schadeverzekeraar Salland Aanvullende Verzekeringen N.V. als verkrijgende rechtspersoon.(4) Staatscourant 22 september 2006, nr. 185 vermeldt 1 juridische splitsing met schadeverzekeraar Trias Schade-uitloop N.V. als verkrijgende rechtspersoon.(5) Staatscourant 21 december 2006, nr. 249 vermeldt 1 juridische splitsing met schadeverzekeraar Univé Zorgverzekeraar N.V. als verkrijgende rechtspersoon.(6) Staatscourant 8 januari 2008, nr. 5 vermeldt 1 juridische splitsing met schadeverzekeraar Agis Zorgverzekeringen N.V. als verkrijgende rechtspersoon.(7) Staatscourant 27 oktober 2010, nr. 17072 vermeldt 5 juridische splitsingen met als verkrijgende rechtspersonen de schadeverzekeraars Azivo Zorgverzekeraar N.V., AnderZorg N.V., Azivo Aanvullende Verzekeringen N.V., Menzis Zorgverzekeraar N.V. en Menzis N.V.(8) Staatscourant 7 januari 2011, nr. 457 vermeldt 2 juridische splitsingen met als verkrijgende rechtspersonen de schadeverzekeraars De Friesland Particuliere Ziektekostenverzekeringen N.V. en De Friesland Zorgverzekeraar N.V.(9) Staatscourant 7 november 2012, nr. 22949/ Staatscourant 3 januari 2013, nr. 415 vermeldt 1 juridische afsplitsing met DELA Uitvaartzorgverzekeringen N.V. als verkrijgende rechtspersoon.(10) Staatscourant 1 augustus 2018, nr. 44219 en 44223/ Staatscourant 14 september 2018, nr. 52548 en 52549 vermeldt 2 juridische splitsingen met als verkrijgende rechtspersonen van een portefeuille natura-uitvaartverzekeringen Lifetri Uitvaartverzekeringen N.V. en van een portefeuille van levensverzekeringen Lifetri Verzekeringen N.V.
(1) Staatscourant 10 juni 2011, nr. 10530 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van Mercator Verzekeringen N.V. (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd te Antwerpen) en Mercator N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(2) Staatscourant 1 augustus 2011, nr. 14337 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van AGA International SA (de verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Parijs) en Mondial Assistance Europe N.V. (de verdwijnende rechtspersoon).(3) Staatscourant 12 januari 2012, nr. 864 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van Euler Hermes Europe S.A. (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Brussel) en Euler Hermes Kredietverzekering N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(4) Staatscourant 7 september 2012, nr. 18458 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van ARAG SE (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Düsseldorf) en ARAG-Nederland, Algemene Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(5) Staatscourant 30 juni 2014, nr. 18540 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van Allianz Benelux N.V. (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Brussel) en Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. en London Verzekeringen N.V. (verdwijnende rechtspersonen).(6) Staatscourant 12 september 2014, nr. 26031 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van Credit Life AG (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Neuss (Duitsland)) en Credit Life International N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(7) Staatscourant 18 september 2014, nr. 26594 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van RheinLand Versicherungs AG (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Neuss (Duitsland)) en RiMaXX International N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(8) Staatscourant 5 januari 2016, nr. 482 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van Amlin Insurance SE (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Londen) en Amlin Europe N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(9) Staatscourant 4 januari 2018, nr. 675 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie van AmTrust International Underwriters DAC (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Dublin) en N.V. Nationale Borg-Maatschappij N.V. (verdwijnende rechtspersoon).(10) Staatscourant 2 april 2019, nr. 17495 vermeldt de grensoverschrijdende juridische fusie tussen Allianz Benelux N.V. (verkrijgende rechtspersoon, gevestigd in Brussel) en Allianz Nederland Levensverzekering N.V. (verdwijnende rechtspersoon).
DNB Toelichting 2019, p. 5.
Daarbij is niet uit te sluiten dat dit op de een of andere manier lag aan de wijze waarop de elektronische zoekfunctie werkte.
Voor wat betreft de casus van de juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering intrigeert mij overigens wel de vraag hoeveel polishouders daar van hun Wft-verzetrecht gebruik hebben gemaakt. Uit Rb. Rotterdam 26 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1485 (Optas) en CBb 3 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:204 (Optas) valt af te leiden dat FNV Havens gezamenlijk procedeerde met enkele leden en met “DFDS Seaways B.V. en 11 andere vennootschappen”. Ik veronderstel dat dit twaalf havenwerkgevers zijn en dat deze werkgevers waarschijnlijk ieder ook in hun hoedanigheid van verzekeringnemer van de collectieve levensverzekeringsovereenkomst die zij met Optas Pensioenen hebben gesloten gebruik hebben gemaakt van het recht van verzet uit hoofde van art. 3:119 Wft. Bij collectieve levensverzekeringen wordt op grond van de laatste volzin van art. 3:119 lid 5 Wft bij het uitoefenen van verzet het aantal verzekerden in aanmerking genomen. Het is een interessante vraag hoeveel verzekerden er eigenlijk zijn onder die twaalf collectieve levensverzekeringsovereenkomsten. Dat zou namelijk in dit geval (een deel van) het aantal polishouders kunnen zijn dat verzet heeft aangetekend. Het zou interessant zijn te weten hoe dit aantal zich verhoudt tot het totale aantal polishouders van Optas Pensioenen, waarbij dan geldt dat voor andere collectieve levensverzekeringsovereenkomsten dan die twaalf ook moet worden uitgegaan van het aantal verzekerden. Uit het nemen van het instemmingsbesluit door DNB valt af te leiden dat het totaal aantal “polishouders” dat in verzet kwam (hier dus eigenlijk: het totaal aantal verzekerden van de twaalf werkgevers en eventuele andere werkgevers die verzet hebben aangetekend) niet meer dan een vierde van het totaal aantal polishouders betrof (hier dus eigenlijk: het totaal aantal verzekerden van alle werkgevers met een collectieve levensverzekering). In de uitspraken heb ik geen aanwijzingen kunnen vinden hoe “close” men bij de grens van een vierde of meer van het aantal polishouders, zoals vermeld in art. 3:119 lid 4 Wft, is gekomen. Informatie van DNB over de onderliggende berekening zou in deze zeer gevoelige casus naar mijn mening eigenlijk wel op zijn plaats geweest zijn. Ik veronderstel overigens dat één of meer van degenen die op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift hebben ingediend tegen het instemmingsbesluit van DNB daarin om deze onderliggende berekening vragen. Mogelijk wordt deze informatie dus toch nog bekend.
Het leek mij ook interessant te weten hoeveel portefeuilleoverdrachten (dus overdrachten, fusies en splitsingen) eigenlijk hebben plaatsgevonden.
Daarbij wilde ik ook graag achterhalen hoe vaak een juridische splitsing van verzekeraars eigenlijk heeft plaatsgevonden. Dit mede in verband met de door Boshuizen naar aanleiding van de hoofdelijke aansprakelijkheid van splitsende partijen opgeworpen vraag of DNB überhaupt wel toestemming kan verlenen voor een juridische splitsing, en zo ja, in welke gevallen wel en in welke niet.2
De jaarverslagen van de toenmalige Verzekeringskamer en Pensioen- en Verzekeringskamer bevatten goede informatie om de aantallen portefeuilleoverdrachten uit te kunnen herleiden. Via www.nationaalarchief.nl3 kon ik jaarverslagen van de Verzekeringskamer tot en met 1999 raadplegen en de jaarverslagen van de Pensioen- en Verzekeringskamer van 2000 tot en met 2003. In dit onderzoek ben ik teruggegaan tot het jaar 1960. De tabel hieronder bevat de informatie die ik op die manier heb kunnen vinden. De tabel geeft voor elk jaar aan hoeveel maal toestemming is verleend voor een portefeuilleoverdracht.
Het aantal verleende instemmingen voor portefeuilleoverdrachten aan de hand van de jaarverslagen van de Verzekeringskamer en de Pensioen- en Verzekeringskamer (1960 tot en met 2003):
1960
0 leven
1975
4 leven + 53 schade
1990
2 leven + 27 schade
1961
1 leven
1976
2 leven + 38 schade
1991
3 leven + 37 schade
1962
[2] leven
1977
1 leven + 46 schade
1992
3 leven + 39 schade
1963
[2] leven
1978
1 leven + 10 schade
1993
5 leven + 15 schade
1964
3 leven
1979
1 leven + 20 schade
1994
4 leven + 24 schade
1965
2 leven
1980
0 leven + 18 schade
1995
5 leven + 11 schade
1966
1 leven
1981
1 leven + 10 schade
1996
3 leven + 11 schade + 0 natura
1967
2 leven + 230 schade
1982
0 leven + 12 schade
1997
1 leven + 16 schade + 4 natura
1968
1 leven + 68 schade
1983
1 leven + 8 schade
1998
4 leven + 19 schade + 4 natura
1969
2 leven + 62 schade
1984
4 leven + 9 schade
1999
9 leven + 25 schade + 2 natura
1970
2 leven + 92 schade
1985
3 leven + 9 schade
2000
7 leven + 23 schade + 1 natura
1971
8 leven + 96 schade
1986
3 leven + 5 schade
2001
13 leven + 17 schade + 5 natura
1972
9 leven + 44 schade
1987
3 leven + 14 schade
2002
10 leven +13 schade + 0 natura
1973
3 leven + 33 schade
1988
1 leven + 17 schade
2003
13 leven + 12 schade + 2 natura
1974
2 leven + 46 schade
1989
2 leven + 14 schade
Voor wat betreft 2004 en volgende jaren heb ik een andere aanpak gehanteerd. DNB en de Pensioen- en Verzekeringskamer fuseerden in 2004.4 Uit de jaarverslagen en ZBO5-verantwoordingen van DNB zijn de aantallen portefeuilleoverdrachten niet te herleiden. De ZBO-verantwoordingen die in de afgelopen jaren door DNB zijn gepubliceerd,6 bevatten alleen tabellen met het aantal in het jaar waarop de verantwoording betrekking heeft verleende verklaringen van geen bezwaar en aantallen verleende verklaringen van geen bezwaar in een aantal jaren daarvoor. De op grond van de wettelijke regeling van de portefeuilleoverdracht verleende beschikkingen lijken daarin niet meegeteld.7
Ik heb daarom gekozen voor een analyse op basis van de publicaties in de Staatscourant met ingang van het jaar 2004. Op grond van art. 3:119 lid 1 Wft moeten de overdragende levensverzekeraar en natura-uitvaartverzekeraar immers van het voornemen tot overdracht mededeling doen in de Staatscourant (en op andere door DNB te bepalen wijze). Op grond van art. 3:120 lid 1 Wft moet de verzekeraar die rechten en verplichtingen met instemming van DNB heeft overgedragen van de overdracht mededeling doen in de Staatscourant. Mijn conclusie was daarom dat ik empirisch onderzoek vanaf het jaar 2004 het beste kon aanpakken door onderzoek te doen naar het aantal mededelingen over portefeuilleoverdrachten in de Staatscourant. De Staatscouranten vanaf 1 januari 1995 zijn terug te vinden op www.officielebekendmakingen.nl. In de rubriek Mededeling verzekeringswezen van de Staatscourant worden mededelingen op grond van afdeling 3.5.1A Wft gepubliceerd, en ook andere bekendmakingen. De mededelingen op grond van afdeling 3.5.1A Wft heb ik allemaal bekeken. Op basis daarvan heb ik onderstaande tabel gemaakt.
Bij het maken van deze tabel heb ik de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Ik heb de portefeuilleoverdracht meegeteld in het jaar dat de publicatie plaatsvond. In een aantal gevallen is aan het begin van een jaar gepubliceerd terwijl de portefeuilleoverdracht blijkens de publicatie aan het eind van het jaar daarvoor plaatsvond.
In geval van overdrachten van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen heb ik deze meegeteld in het jaar waarin de publicatie op grond van art. 3:120 lid 1 Wft plaatsvond. De publicatie op grond van art. 3:119 lid 1 Wft vond in een aantal gevallen plaats in het jaar ervoor.
Ik heb mij “beperkt” tot de advertenties waarin stond vermeld dat DNB instemming heeft verleend voor de portefeuilleoverdracht. De advertenties op grond van art. 3:124 Wft heb ik dus niet meegeteld. Art. 3:124 lid 2 Wft verplicht levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat tot het plaatsen van een mededeling in de Staatscourant als de toezichthoudende instantie van die lidstaat die verzekeraar instemming heeft verleend voor de overdracht van rechten en verplichtingen uit een levensverzekering of schadeverzekering in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor dan wel in het kader van cross border dienstverlening naar Nederland.
Het aantal door DNB verleende instemmingen voor portefeuilleoverdrachten aan de hand van publicaties in de Staatscourant (2004 tot en met 2022):
2004
2 leven en 19 schade (waarvan 5 juridische fusies)
2005
3 leven (waarvan 2 juridische fusies) en 13 schade (waarvan 5 juridische fusies)
2006
5 leven en 15 schade (waarvan 3 juridische splitsingen en 1 juridische fusie)
2007
3 leven en 9 schade (waarvan 3 juridische fusies)
2008
0 leven en 1 schade (een juridische splitsing)
2009
5 leven (waarvan 4 juridische fusies) en 14 schade (waarvan 3 juridische fusies)
2010
10 leven (waarvan 5 juridische fusies) en 20 schade (waarvan 4 juridische splitsingen en 7 juridische fusies)
2011
15 leven (waarvan 9 juridische fusies), 25 schade (waarvan 2 juridische splitsingen en 13 juridische fusies) en 1 portefeuille van herverzekeringen
2012
1 leven (een juridische fusie), 15 schade (waarvan 6 juridische fusies) en 2 portefeuilles van herverzekeringen
2013
5 leven (waarvan 1 juridische splitsing en 1 juridische fusie) en 10 schade (waarvan 2 juridische fusies)
2014
5 leven (waarvan 1 juridische fusie) en 12 schade (waarvan 4 juridische fusies)
2015
2 leven en 7 schade (waarvan 3 juridische fusies)
2016
8 leven (waarvan 3 juridische fusies) en 7 schade (waarvan 2 juridische fusies)
2017
3 leven (waarvan 2 juridische fusies) en 6 schade (waarvan 2 juridische fusies)
2018
6 leven (waarvan 2 juridische splitsingen en 1 juridische fusie) en 11 schade (waarvan 4 juridische fusies)
2019
5 leven (waarvan 3 juridische fusies) en 6 schade (waarvan 2 juridische fusies)
2020
4 leven (waarvan 3 juridische fusies) en 6 schade (waarvan 2 juridische fusies)
2021
6 leven
1. Overdracht door Lifetri Verzekeringen N.V. aan Klaverblad Levensverzekering N.V.
2. Overdracht door Brand New Day Levensverzekeringen N.V. aan Waard Leven N.V.
3. Overdracht door Yarden Uitvaartverzekeringen N.V. aan DELA Natura- en levensverzekeringen N.V.
4. Overdracht door Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. aan SRLEV N.V.
5. Overdracht door Leidsche Verzekering Maatschappij N.V. aan Goudse Levensverzekeringen N.V.
6. Overdracht door BNP Paribas Cardif Levensverzekeringen N.V. aan Cardif Assurance Vie S.A. (Frankrijk)
+ 9 schade (waarvan 2 juridische fusies). De overdragende verzekeraars waren: Onderlinge Waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars groep, Zorgverzekeraar U.A., Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A., Centrale Zorgverzekeringen NZV N.V., OHRA Zorgverzekeringen N.V., VIVAT Schadeverzekeringen N.V., Autotrust Verzekeringsmaatschappij N.V., N.V. Univé Zorg, (vermeld in de Staatscourant van 30 december 2021, alhoewel volgens de advertentie een overdracht per 1 januari 2022:) ONVZ Aanvullende Verzekering N.V. en BNP Paribas Cardif Schadeverzekeringen N.V.
2022
3 leven
1. Overdracht door SRLEV N.V. aan Waard Leven N.V.
2. Overdracht door Monuta Verzekeringen N.V. aan DELA Natura- en levensverzekeringen N.V.
3. Overdracht door Robein Leven N.V. aan Waard Leven N.V.
+ 1 schade. De overdragende verzekeraar: Onderlinge Verzekeringsmaatschappij De Veenhoop U.A.
Uit deze gegevens leid ik al met al het volgende af:
1. Van 1960 tot en met 2022 hebben er in totaal ongeveer 2608 overdrachten van portefeuilles van levensverzekeringen en/of natura-uitvaartverzekeringen plaatsgevonden met toepassing van afdeling 3.5.1A van de Wft of de vóór 1 januari 2007 toepasselijke regelgeving.
2. Sinds de invoering van de regeling van de portefeuilleoverdracht voor schadeverzekeringen per 1 maart 19679 tot en met 2022 hebben er in totaal ongeveer 141010 overdrachten van portefeuilles van schadeverzekeringen plaatsgevonden met toepassing van afdeling 3.5.1A Wft of de voorlopers daarvan. Meteen vanaf de inwerkingtreding van de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf vonden elk jaar veel overdrachten plaats. De regeling voorzag duidelijk in een behoefte, de eerste jaren met name ook omdat verzekeraars door bundeling van krachten beoogden aan de voorschriften van de nieuwe wet te kunnen voldoen, daarna lag de nadruk meer op rationalisatie van de bedrijfsprocessen.11
3. Het absolute aantal overdrachten van portefeuilles van schadeverzekeringen per jaar neemt af, als men de jaren in de vorige eeuw waarin portefeuilleoverdrachten plaatsvonden vergelijkt met de jaren van deze eeuw. De achtergrond daarvan is uiteraard dat het aantal schadeverzekeraars sinds 1960 ook is afgenomen. Desalniettemin is het aantal polishouders waarvan de polis door middel van deze juridische procedure wordt overgedragen nog steeds groot. Voorbeelden van recente fusies waarbij veel polishouders zijn betrokken, zijn bijvoorbeeld (1) de juridische fusie die tussen Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (verkrijgende rechtspersoon) en VIVAT Schadeverzekeringen N.V. (verdwijnende rechtspersoon met schadeverzekeringen onder meer met het merk Reaal) op 1 januari 2021 van kracht werd en (2) de juridische fusie tussen Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (verkrijgende rechtspersoon) en Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. (verdwijnende rechtspersoon) die op 1 januari 2019 van kracht werd. Kijkt men naar de periode 2015-202112 dan vinden elk jaar toch nog zes tot tien portefeuilleoverdrachten van schadeverzekeringen plaats met gebruikmaking van de toezichtrechtelijke route.
4. Terwijl in de vorige eeuw het aantal overdrachten van portefeuilles van schadeverzekeringen met gebruikmaking van de toezichtrechtelijke route veel groter was dan het aantal portefeuilleoverdrachten van levensverzekeringen, zien we in de periode 2016-2021 dat de aantallen in dezelfde orde van grootte zijn.
5. Interessant is dat er in 2022 maar één portefeuilleoverdracht van schadeverzekeringen met toepassing van de toezichtrechtelijke regeling heeft plaatsgevonden. Zo weinig is er nog nooit van deze regeling gebruik gemaakt. Alleen in 2008 (een jaar waarin er een economische crisis was) is er ook maar één keer van de regeling gebruik gemaakt. Een levensverzekeraar en een natura-uitvaartverzekeraar kunnen uitsluitend kiezen voor het overdragen van rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten via de toezichtrechtelijke route.13 Een schadeverzekeraar kan kiezen tussen de toezichtrechtelijke route zoals beschreven in de Wft en de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW.14 In hoofdstuk 3.7 beschreef ik gezichtspunten van de schadeverzekeraar bij het kiezen tussen de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route. Ik beschreef daar dat het met name in het geval van een kleine verzekeringsportefeuille eventueel “aantrekkelijker” en “efficiënter” kan zijn om te kiezen voor de civielrechtelijke route dan voor de toezichtrechtelijke route. Ik veronderstel daarom dat er in 2022 voornamelijk kleine verzekeringsportefeuilles zijn overgedragen en dat daarbij is gekozen voor de civielrechtelijke route. Mogelijk heeft de uitspraak van het CBb van 14 december 2021 die ik in hoofdstuk 6.6 besprak15 een rol gespeeld bij die keuze. Door die uitspraak werd immers duidelijk dat een polishouder bij de overdracht van levensverzekeringen in een bestuursrechtelijke procedure de geldigheid van het instemmingsbesluit van DNB kan proberen aan te tasten. In hoofdstuk 6.6.2.3 beschreef ik dat hierdoor de kans bestaat dat de portefeuilleoverdracht nadat deze al heeft plaatsgevonden toch nietig blijkt te zijn.16 Naar mijn mening loopt een schadeverzekeraar die gebruik maakt van de toezichtrechtelijke route voor een portefeuilleoverdracht strikt genomen ook een risico dat de portefeuilleoverdracht door een herroeping van het instemmingsbesluit door de bestuursrechter nietig blijkt te zijn. Het is mogelijk dat deze “nieuwe” jurisprudentie in 2022 ook een gezichtspunt is geweest bij de keuze tussen de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route voor een overdracht van schadeverzekeringen. Bij de civielrechtelijke route is er geen risico van nietigheid door een bestuursrechtelijke procedure gevoerd door een belanghebbende. Er is immers geen besluit van DNB. Het zal interessant zijn in het oog te houden of er in 2023 toch weer vaker van de regeling gebruik wordt gemaakt bij een overdracht van schadeverzekeringen.
6. Er is heel weinig gebruik gemaakt van de regeling met betrekking tot het overdragen van rechten en verplichtingen uit herverzekeringen met instemming van DNB door een herverzekeraar zoals vermeld in art. 3:114a Wft en ingevoerd op 1 september 2008. Op basis van de informatie die ik heb kunnen vinden, ga ik er vanuit dat er in totaal maar drie overdrachten van portefeuilles van herverzekeringen hebben plaatsgevonden met instemming van DNB.17
7. Het aantal juridische splitsingen van verzekeraars is beperkt, maar deze vinden wel degelijk plaats. De wijziging van Boek 2 BW waarbij de regeling van de juridische splitsing daarvan onderdeel is geworden, is per 1 februari 1998 in werking getreden.18 Op basis van de informatie die ik heb kunnen vinden, ga ik er vanuit dat er vanaf 1 februari 1998 tot en met nu 16 juridische splitsingen hebben plaatsgevonden.19 In de meeste gevallen ging het om schadeverzekeringen. Zie verder hoofdstuk 5 van dit proefschrift.
8. Er wordt door verzekeraars juist vaak gebruik gemaakt van de regeling van de juridische fusie. De regeling van de juridische fusie is per 1 januari 1984 in Boek 2 BW geïntroduceerd. Zie verder hoofdstuk 5 van dit proefschrift.
9. Er vinden zelfs zo nu en dan grensoverschrijdende juridische fusies van verzekeraars plaats, zowel van schadeverzekeraars als van levensverzekeraars, voornamelijk met verzekeraars in België of Duitsland. Grensoverschrijdende juridische fusie is sinds 15 juli 2008 geregeld ingevolge de Wet van 27 juni 2008, Staatsblad 2008, 260. Het verraste mij dat daar in de praktijk best vaak gebruik van is gemaakt: aan de hand van de advertenties in de Staatscourant concludeer ik dat DNB voor tien grensoverschrijdende juridische fusies instemming heeft verleend.20
10. Het komt bijna niet voor dat er voor een overdracht van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen wel een “verklaring van aanvankelijk geen bezwaar” wordt gegeven, maar de uiteindelijke instemming niet wordt verleend. In bijna alle gevallen waarin ik de aankondiging op grond van art. 3:119 lid 1 Wft tegenkwam van het voornemen tot overdracht van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen, kon ik ook de advertentie op grond van art. 3:120 lid 1 Wft vinden dat de overdracht had plaatsgevonden. Aangezien DNB voordat zij de opdracht geeft voor de aankondiging op grond van art. 3:119 lid 1 Wft al een inhoudelijke toetsing doet, is dat geen verrassende conclusie. DNB onderzoekt immers of er, behoudens de toepassing van het verzetrecht, voorlopige bedenkingen bestaan tegen de voorgenomen overdracht.21 In het tijdvak 2004 tot en met 2022 lukte het mij van vier transacties niet om, nadat ik wel de advertentie op grond van art. 3:119 lid 1 Wft had gevonden, ook de advertentie op grond van art. 3:120 lid 1 Wft te achterhalen.22 Dit kan betekenen dat de partijen zelf naderhand van de transactie hebben afgezien of eventueel dat DNB alsnog zodanige bedenkingen had tegen de transactie dat geen instemming werd verleend. Ik heb geen aanwijzingen kunnen vinden dat in die gevallen een kwart van de polishouders zich tegen een voorgenomen overdracht heeft verzet.
11. De jaarverslagen van de toenmalige Verzekeringskamer en Pensioen- en Verzekeringskamer bevatten gedetailleerde informatie over het aantal portefeuilleoverdrachten waarvoor toestemming was verleend. In veel van de jaarverslagen waren ook overzichten opgenomen van de daarbij betrokken ondernemingen. Dat betrof meestal de overdrachten van portefeuilles met schadeverzekeringen, maar ook overzichten met betrokken levensverzekeraars komen in een deel van de jaarverslagen voor. Voor wat betreft de schadeverzekeraars werden jarenlang overzichten gepubliceerd van het aantal overdrachten in dat jaar en in de vier jaar daarvoor.
12. Het is jammer dat DNB in de jaarlijkse ZBO-verantwoording dat niet op dezelfde manier aanpakt. In de ZBO-verantwoordingen wordt wel melding gemaakt van het aantal verklaringen van geen bezwaar dat in dat jaar door DNB is verleend. Het aantal door DNB verleende instemmingen op grond van afdeling 3.5.1A Wft is niet uit de ZBO-verantwoordingen te herleiden. Die informatie is alleen te achterhalen door tellingen aan de hand van Staatscourant advertenties.
13. Ik heb geen enkele aanwijzing kunnen vinden dat zich in de praktijk ooit de situatie heeft voorgedaan dat een overdracht van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen niet heeft plaatsgevonden, omdat een vierde of meer van de polishouders zich tegen de voorgenomen overdracht van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen heeft verzet zoals bedoeld in art. 3:119 Wft.23