Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.2.2:4.2.2 Uitsluitende doel is collectieve belegging in effecten of andere liquide activa
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/4.2.2
4.2.2 Uitsluitende doel is collectieve belegging in effecten of andere liquide activa
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193585:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Damme (1985), p. 2.
Circular 03/88, p. 2.
Vergelijk Rek (1994). De auteur geeft aan dat er ten minste een eenvoudige gemeenschap nodig is om aan de definitie van beleggingsinstelling te voldoen, aangezien in die definitie het element collectief beleggen voorkomt.
ESMA/2013/611, 17-19. Vgl. Hooghiemstra (2014).
Zetzsche en Preiner (2015), paragraaf 2.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om aan de Icbe-Richtlijn te voldoen moet een instelling als uitsluitend doel hebben ‘de collectieve belegging in’ effecten of andere liquide activa.1 De doelstelling van de instelling bepaalt dus mede of de instelling als icbe gekwalificeerd kan worden. Elke instelling die deze doelstelling niet heeft, kan niet geclassificeerd worden als icbe. Een holdingstructuur waarmee beoogd wordt kapitaal te verstrekken aan dochterondernemingen kan zodoende nimmer een icbe zijn.2
Wat het ‘uitsluitende doel’ van een instelling is, zal moeten blijken uit alle relevante omstandigheden. In Nederland dient dit doel te volgen uit de statuten of uit het fondsreglement, in Ierland is dat niet het geval.3 Bepalend is in dat geval of de instelling zelf aangeeft dit doel te hebben door een vergunning als icbe aan te vragen. De CSSF geeft in haar circulaire uit 2003 aan dat de intended investment objective hiervoor leidend is.4 Waar dat uit moet blijken, is niet voorgeschreven.
In de Richtlijn worden de begrippen collectief en belegging niet verder uitgewerkt. Het ontbreken van een definitie van belegging hindert niet, daar een uitputtende lijst van in aanmerking komende effecten en andere liquide activa is opgenomen, evenals spreidingslimieten en limieten ten aanzien van stemrechten. In paragraaf 4.5 wordt uitgebreid op deze instrumenten en limieten ingegaan. Zolang de icbe het uitsluitende doel heeft om in deze instrumenten te beleggen en zich aan deze regels te houden, is er sprake van beleggen. De extra toelichting die ESMA in dit verband heeft gegeven voor abi’s is daarom niet erg relevant voor icbe’s, zoals ook werd geconstateerd in de vorige paragraaf.
Collectief is een begrip dat wel nadere toelichting behoeft. Een instelling die beoogt dat slechts één persoon erin belegt, valt niet onder de definitie van de Richtlijn omdat er geen sprake is van collectiviteit.5 Onderdeel van de definitie van een abi is dat de abi kapitaal moet ophalen bij ‘een reeks beleggers’. Van een reeks beleggers is sprake wanneer er meer dan één belegger in de abi belegt of mag beleggen.6 Als er meerdere deelnemers in de abi mogen beleggen terwijl er maar één deelnemer in belegt, kan er dus sprake zijn van een reeks beleggers. Ook als beoogd is dat er slechts een deelnemer in de abi belegt maar deze deelnemer zelf bij meerdere beleggers of natuurlijke personen kapitaal ophaalt, is hier sprake van. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij feeder-fondsen of pensioenfondsen.7 Mijns inziens kan deze redenatie ook gebruikt worden voor icbe’s. Als er meerdere beleggers in een icbe mogen beleggen, is er sprake van collectiviteit. Wederom is daarbij het doel van de icbe van belang en niet de feitelijke situatie. Als er slechts één persoon in de icbe belegt maar het de doelstelling is om meer beleggers aan te trekken, kan de instelling wel als icbe worden aangemerkt. Deze visie wordt ook in de praktijk door toezichthouders gedeeld.