Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.9:5.2.2.9 Catalogus van toegestane gedragingen?
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.9
5.2.2.9 Catalogus van toegestane gedragingen?
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS447432:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie 3.5.3.1.2 en 3.5.3.1.3 hierboven.
Zie 3.4.3.1 hierboven.
Zaman (2008), p. 364.
Zo ook Zaman (2008), p. 364.
Ook Salomons (2006), p. 511, ziet voordelen in een dergelijke lijst met ‘safe harbour’- bepalingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Amerikaanse RULPA 1976 en RULPA 1985 bevatten in § 303 een nietlimitatieve opsomming van activiteiten die een commanditair kan verrichten zonder dat hij daarmee het bestuursverbod overtreedt.1 In bewuste navolging van Jersey, Guernsey en de Amerikaanse staat Delaware bevatte ook de in 2003 door de Law Commissions gedane voorstellen ter verbetering van het Engelse personenvennootschapsrecht een voorstel in die richting.2 Ook in de Nieuw- Zeelandse wetgeving ter zake van de commanditaire vennootschap is een dergelijke catalogus opgenomen,3 evenals in een recente wet in Luxemburg. 4 Een benadering als deze verdient navolging: de rechtsvormgebruiker, in het bijzonder de commanditaire vennoot, krijgt zo een grote mate van zekerheid over de vraag welke activiteiten van de commanditair in ieder geval niet als een schending van het bestuursverbod zijn aan te merken.5 Het feit dat een dergelijke lijst nimmer uitputtend kan zijn ontneemt daaraan niet zijn zin: daarmee staat immers vast welke handelingen de commanditair in ieder geval zonder vrees voor het ontstaan van hoofdelijke aansprakelijkheid kan verrichten, en dat is al winst vergeleken met de situatie dat een dergelijke lijst ontbreekt.6 Het opnemen van een dergelijke lijst van toegestane werkzaamheden in de wet zelf lijkt mij ongewenst: een dergelijke opsomming zou, wil zij zinvol zijn, al snel meer tekst vergen dan de overige wetsbepalingen ter zake van de commanditaire vennootschap tezamen, en dat zou tot een onevenwichtige opbouw van de wettekst en daarmee mogelijkerwijze tot misvattingen over het belang van deze catalogus leiden. Het opnemen van een dergelijke opsomming in de parlementaire stukken, bijvoorbeeld de memorie van toelichting, lijkt mij wel verstandig. Inspiratie voor de inhoud van een dergelijke lijst kan worden ontleend aan de voorbeelden uit RULPA 1976, RULPA 1985 en andere buitenlandse wetgeving, maar dan wel aangepast aan de Nederlandse opvattingen en behoeften, mede zoals hierboven in dit onderdeel besproken. Een dergelijke lijst zal in de eerste plaats een uitwerking dienen te bevatten van de wijze waarop de commanditair kan meewerken aan de besluitvorming betreffende de inrichting van het samenwerkingsverband als zodanig, waaronder de benoeming en het ontslag van de besturend vennoot en de vraag welke verantwoordings-, goedkeurings- en toezichtsrechten de commanditair kan bedingen. In de tweede plaats zal een dergelijke lijst gedragingen en handelingen moeten omvatten die een zekere invloed op het bestuur van de door de vennootschap gedreven onderneming inhouden. Bij voorbeeld kan hier aandacht besteed worden aan een nadere afbakening van de rol die de commanditair mag vervullen als bestuurder en/of aandeelhouder bij de BV die besturend vennoot is. Ten derde zou het bij wijze van uitzondering toestaan van het verrichten van rechtshandelingen die gelet op het belang van de vennootschap geen uitstel kunnen lijden in een dergelijke opsomming een plaats kunnen worden gegeven, evenals de voorwaarden waaraan dient te worden voldaan wil de commanditair zich op deze uitzondering kunnen beroepen.