Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.1
2.6.1 Voorlichtingsrisico’s
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661530:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Happé 1996, p. 164 over ‘het risico dat aan (…) voorlichting onvolkomenheden zijn verbonden’; Schut 1974, par. B punt 5 over ‘communicatiestoornissen en hun gevolgen’; Damen 2018 over communicatie die lost in translation raakt.
Oldenziel 1998, p. 95.
Bijv. Rechtbank Den Haag 16 september 2020, nr. SGR 20/2516, V-N 2021/2.2.2, r.o. 10; Hof Leeuwarden 2 juli 2004, nr. BK 644/03 IB, V-N 2004/62.4, r.o. 4.2.
Communicatieve risico’s komen aan bod bij het burgerperspectief (paragraaf 5.6 en 5.6.4); risico’s van staatsrechtelijke aard liggen besloten in de behandeling van de rechtspraak van het vertrouwensbeginsel (zie hoofdstuk 4) en de conceptualisering van de Belastingdienst als vertaler (paragraaf 6.3).
Het speelveld is bekend: belastingwetgeving is complex, terwijl voorlichting juist en begrijpelijk moet zijn. Burgers zijn verschillend, maar hebben gemeen dat zij niet de fiscale rechtstaal beheersen. Goede voorlichting is nodig voor een efficiënte belastingheffing.
Voorlichting gaat naar zijn aard gepaard met risico’s, voor alle betrokkenen (‘voorlichtingsrisico’s).1
Vanuit de wetgever bestaat het risico dat voorlichting niet adequaat de wettelijk verankerde rechten en plichten weergeeft. Voorlichting kan een ‘vervorming’ bevatten van de brontekst van de wetgever.2 Dat kan ten opzichte van de door de wetgever beoogde belastingnorm leiden tot over- of undercompliance.
Vanuit de Belastingdienst bestaat het risico dat hij in zijn voorlichtende taak te maken krijgt met ‘onvertaalbare’ wetten of dat in de vertaalslag ten opzichte van de wet onvolkomenheden ontstaan. Ook is een risico dat burgers meer waarde aan de informatie toekennen dan zij juridisch kunnen (al acht de belastingrechter de Belastingdienst in principe niet gebonden aan voorlichting; paragraaf 4.3).
Vanuit burgers bestaat het risico dat voorlichting hen niet biedt wat zij ervan hadden verwacht, begrepen of gehoopt (in termen van inhoud, begrijpelijkheid of zekerheid).3 Ook kan de burger zelf een (concrete) situatie voor ogen hebben, waarop de verstrekte (algemene) informatie niet goed aansluit.
Kortom, voorlichting gaat gepaard met risico’s van communicatieve aard (begrijpelijkheid, duidelijkheid, misverstanden), juridisch-inhoudelijke aard (juridische juistheid, volledigheid) en van staatsrechtelijke aard (verhouding uitleg uitvoerder en democratisch gelegitimeerde wet).
Hierna zal ik aan de hand van voorbeelden uit de fiscale rechtspraak in de context van het vertrouwensbeginsel ingaan op risico’s van juridisch-inhoudelijke aard, met name als gevolg van de trade-off tussen juridische juistheid en begrijpelijkheid.4
2.6.1.1 Tekortkomingen in voorlichting2.6.1.2 Onvolkomenheden als gevolg van minder juridisch taalgebruik2.6.1.3 Onvolkomenheden als gevolg van nadruk op hoofdlijnen2.6.1.4 Onvolkomenheden als gevolg van vergissingen en onjuistheden