Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/2.2.9
2.2.9 Wet van 3 juli 2008 betreffende herverzekering (2008)
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950497:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 3 juli 2008 tot wijziging van de Wet op het fi nancieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG (PbEU L 323) (Staatsblad 2008, 333).
Besluit van 7 augustus 2008, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 3 juli 2008 etc. (Staatsblad 2008, 335).
De Wft definieert de herverzekeraar als “degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van herverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die herverzekeringen” (art. 1:1).
De Wft definieert herverzekering thans (2023) als verzekering waarbij risico’s worden geaccepteerd door een verzekeraar en die worden overgedragen door een verzekeraar (art. 1:1). De variant van herverzekering vermeld onder b in de definitie van herverzekering waarbij risico’s worden overgedragen door een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening laat ik verder buiten beschouwing.
Kamerstukken II 2006/07, 31131, nr. 3, p. 49.
Richtlijn 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG (PbEU 2005, L 323).
Horeman, Tijdschrift voor Financieel Recht 2007/11-12, p. 347.
Kamerstukken II 2006/07, 31131, nr. 3, p. 49.
Horeman, Tijdschrift voor Financieel Recht 2007/11-12, p. 348.
Art. 3:121 Wft, opgenomen in §3.5.1a.1 (art. 3:112 Wft tot en met art. 3:121 Wft), luidde letterlijk: “Deze paragraaf is voorzover deze betrekking heeft op een overdracht door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar niet van toepassing met betrekking tot de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering.”
Kamerstukken II 2006/07, 31131, nr. 3, p. 50.
Art. 3:130 Wft, opgenomen in §3.5.1a.3 (art. 3:126 Wft tot en met art. 3:130 Wft), luidde letterlijk: “Deze paragraaf is voorzover deze betrekking heeft op een overdracht door een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is niet van toepassing met betrekking tot de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering.”
Kamerstukken II 2006/07, 31131, nr. 3, p. 49.
Op 1 september 20082 werd de Wft gewijzigd in verband met de invoering van een nieuwe wet waardoor toezicht op herverzekeraars3 werd ingevoerd. Nederland redeneerde dat herverzekering4 meer gemeen heeft met schadeverzekering dan met levensverzekering, omdat er immers geen sprake is van opgebouwde rechten. Daarom werd de procedure, waarbij polishouders van levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars zich tegen een voorgenomen portefeuilleoverdracht kunnen verzetten, niet overgenomen met betrekking tot herverzekeraars.5 Het opzegrecht in geval van een overdracht door een schadeverzekeraar werd echter evenmin overgenomen. Een herverzekeraar kon er dus met ingang van 1 september 2008 voor kiezen zijn portefeuille over te dragen aan een andere herverzekeraar zonder medewerking of instemming van degenen die aan de herverzekeringen rechten kunnen ontlenen, maar met instemming van DNB. Omdat ook hier het single licence-beginsel en het home country control beginsel golden, komen de onderdelen a tot en met c van het nieuwe art. 3:114a Wft overeen met deze onderdelen in de tekst voor de levensverzekeraar en de schadeverzekeraar.
“Art. 3:114a Wft
1. Een herverzekeraar met zetel in Nederland die rechten en verplichtingen uit herverzekering wenst over te dragen, kan die overdracht met instemming van de Nederlandsche Bank doen plaatsvinden zonder medewerking of instemming van degenen die aan die herverzekeringen rechten kunnen ontlenen indien het betreft:
a. de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering, gesloten vanuit een vestiging in een lidstaat, aan een andere herverzekeraar met zetel in een lidstaat in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in een lidstaat;
b. de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering, gesloten vanuit een vestiging (tekst per 1 januari 2018: vanuit de zetel) in Nederland, aan een andere herverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor;
c. de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering, gesloten vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor, aan een andere herverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in een lidstaat gelegen bijkantoor.
2. In het geval, eerste lid, onderdeel c, stemt de Nederlandsche Bank slechts met de voordracht (moet zijn: overdracht) in indien de betrokken toezichthoudende instanties daarmee eveneens op verzoek van de Nederlandsche Bank instemmen.”
Door middel van deze wet werd de Richtlijn Herverzekering6 in Nederland geïmplementeerd. Art.18 daarvan bevat een zeer beknopte bepaling over portefeuilleoverdracht. Het artikel bevatte dus – net als de schaderichtlijnen en levenrichtlijnen – geen concrete voorschriften over processtappen. Dit artikel bepaalde:
“Elke lidstaat verleent, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, de herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor op zijn grondgebied is gevestigd, toestemming om hun portefeuille, ongeacht of deze uit op grond van het recht van vestiging dan wel in het kader van vrije dienstverrichting gesloten overeenkomsten bestaat, geheel of gedeeltelijk over te dragen aan een in de Gemeenschap gevestigde overnemende onderneming, indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de overnemende onderneming verklaren dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit zoals bedoeld in hoofdstuk 3.”
Horeman7 wijst erop dat de in de richtlijn gehanteerde formulering vrijwel letterlijk voorkomt in artikel 21 van Richtlijn 73/239 (de Eerste schaderichtlijn). Destijds meldde de minister dat Brussels overleg tot de conclusie had geleid dat Richtlijn 73/239 niet zo beperkt was bedoeld dat alleen de solvabiliteitsmarge van de overnemende onderneming getoetst mocht worden, maar dat de toezichthoudende autoriteit de verplichting heeft een portefeuilleoverdracht te toetsen aan de gevolgen daarvan voor het bedrijf van zowel de cederende verzekeraar als de cessionaris. Horeman stelt dat dat in de Tweede schaderichtlijn en Derde schaderichtlijn bovendien nog werd verduidelijkt door de toevoeging van de woorden “onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden”. Deze woorden komen ook terug in artikel 18 van de Richtlijn Herverzekering. De toezichthouder mag dus een “brede toetsing” doen bij de overdracht van een portefeuille van herverzekeringen door een herverzekeraar. De woorden “De Nederlandsche Bank stemt slechts in met een overdracht als bedoeld in art. 3:114a (…)” in het tegelijk met art. 3:114a Wft (op 1 september 2008) ook nieuw ingevoerde art. 3:118a Wft bevestigen mijns inziens het standpunt dat het beschikken over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge slechts een minimum voorwaarde is.
De nieuwe wetsartikelen bevatten als gezegd geen opzegrecht voor de polishouder van de herverzekeringsovereenkomst die door de ene herverzekeraar aan de andere herverzekeraar wordt overgedragen. In de Kamerstukken werd gesteld dat herverzekeringsovereenkomsten in de praktijk veelvuldig een contractueel opzegrecht bevatten.8 Alhoewel de wettelijke regeling van de overdracht van een portefeuille van herverzekeringsovereenkomsten dus in feite relatief de grootste inbreuk is op art. 6:159 BW omdat er geen verzetrecht is en geen wettelijk opzegrecht van polishouders, kon men daar in de praktijk goed mee leven doordat het opzegrecht contractueel was geregeld. Dat zal dan ook de reden zijn geweest dat in de hele parlementaire behandeling niemand een vraag heeft gesteld over het ontbreken van een wettelijk opzegrecht. Horeman is van mening dat een opzegrecht wel op zijn plaats was geweest, zodat de herverzekering kan worden opgezegd ook als de herverzekerden dat niet tevoren hebben bedongen.9
Onder het begrip “herverzekeraar” valt ook de directe verzekeraar die herverzekeringsactiviteiten verricht. Aldus is art. 3:114a Wft mede van toepassing op directe verzekeraars die herverzekeringsactiviteiten verrichten en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen wensen over te dragen. Art. 3:121 Wft bepaalde nou juist dat “deze paragraaf”, dus inclusief het nieuwe art. 3:114a Wft, daarop niet van toepassing is. Art. 3:121 Wft10 verviel daarom per 1 september 2008.11 Ook het hiervoor vermelde art. 3:130 Wft12 verviel per 1 september 2008.
De woorden “kan die overdracht met instemming van de Nederlandsche Bank” betekenen dat voor een portefeuilleoverdracht niet per se de instemming van DNB is vereist. Het staat de herverzekeraar vrij om de weg van het Burgerlijk Wetboek te volgen, dat wil zeggen met instemming van de wederpartij (de polishouder dus) de polis aan een andere herverzekeraar over te dragen.13 De herverzekeraar kan er dus voor kiezen alle polishouders wel om medewerking te vragen.