Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.2.2.4
9.7.2.2.4 Van Achter: opvoeding als waardenopvoeding
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977429:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Achter 1998, p. 40.
Ibid., p. 40-41, Veugelers e.a. 2005, p. 43, Tonkens & De Wilde 2013.
Ibid., p. 75.
Ibid., p. 79.
Ibid., p. 8.
Ibid., p. 105, vgl. M. Vermeulen 2019, p. 53.
W. Veugelers, ’De docent als bemiddelaar van waarden en normen’, in: Vuijsje (red.), 2001, p. 35-46, Vedder & Veugelers 1999 en W. Veugelers & H. Leenders, ‘Waardevormend onderwijs en burgerschap’, Pedagogiek 2004, 4, p. 361-375.
M. Vermeulen 2019, p. 124.
Van Achter 1998, p. 86.
Ibid., p. 85-86; vgl. Waaijman 2000, p. 49-50, 57.
Van Achter 1998, p. 86; Waaijman 2000, p. 58, 61 (Spiritualiteit gaat over het zoeken naar betekenis en zin in het leven en naar waarden); vgl. National Curriculum Council, Spiritual and Moral Development. A Discussion Paper, York 1993, 2.
Sap 2017, p. 152.
Gielen & Strasser 1965, p. 240, 330.
Van Achter 1998, p. 75, 91, 97, 103.
Zie: Putnam, 2000.
Volgens Van Achter is het opstellen van een ethisch schoolplan noodzaak.1 Het doel van een ethisch schoolplan is om leerlingen zich in de ander te laten inleven, dat ze gebruik maken van rolovername, dat ze empathisch worden en een prudente houding aannemen in het oordelen over de ander.2 De opvoeding is voor Van Achter een waardenopvoeding, ‘waarin de leerprocessen een rol spelen als infrastructuur van de waardenbeleving’.3 De waarden vormen een culturele continuïteit, waarin jongeren worden ingeleid.
Opvoeding is volgens Van Achter een essentiële initiatie in deze waarden. Hij ziet de opvoeding als een functie van de gemeenschap en plaatst deze in een dialogisch-pedagogische driehoek die uit de gemeenschap, de cultuur en de opvoeding bestaat.4 Hij ziet de mens hiermee als een dialogaal wezen. Dit houdt in dat mensen een verhouding hebben tot andere mensen, maar ook een verhouding hebben tot de werkelijkheid. De mens, medemens en werkelijkheid staan in verhouding tot elkaar in een triadische relatie.5 Het onderwijs en de opvoeding die leerlingen introduceren in het goede, de dialoog, het bevorderen van mondigheid, het ontwikkelen van competenties, bestaan voor een groot deel uit het delen in gedeelde gemeenschapswaarden. In politieke waardenvorming (value education) zijn waarden essentiële kwaliteiten voor goed burgerschap. De houdingsvorming dient een schooleigen invulling te krijgen en geoefend te worden. Het bijbrengen van democratische kennis, inzicht en sociaal-communicatieve vaardigheden alleen kan grotendeels vol-staan: maar burgerschapsvorming is, volgens Van Achter, ‘wezenlijk een triadaal waardenproces met verwerving van kennis, sociale vaardigheden en houdingen van minima moralia waarvoor binnen de pedagogische autonomie van de scholen (afgrensbare) ruimte is. Dat vraagt tijd en een gezamenlijke inspanning (common effort).’6
In de democratische waardenopvoeding zijn inmiddels de overdracht, ontwikkeling en verheldering van waarden gangbare methoden. Er is meer ruimte voor de waardenvorming als leerlingen een eigen keuze kunnen maken voor hun te internaliseren waardenpatroon.7 Daarom blijken docenten meer en meer te kiezen voor een meer neutrale waardenpresentatie (het voor-houden van waarden) met de werking van het brede verborgen curriculum.8 In deze opvoeding dient de opvoeder, wat Van Achter betreft, ‘aandacht te besteden aan sociaal-ethische basiswaarden die multidimensionaal zijn en daardoor kunnen doorsijpelen in de plurale samenleving’.9
Als gezegd, is het onderwijs opvoedend in de zin van een wederkerige ontmoeting tussen leraar en leerling. ‘Valabel onderwijs is onmogelijk zonder dialoog van volwassenen en kinderen’, stelt Van Achter.10 Hij wil de school dichter bij de werkelijkheid brengen, en ‘kritische distantie’ bij leerlingen ontwikkelen.11 Er is vaker bepleit kritisch-pluralistisch op te voeden tot goed burgerschap: een opvoeding tot het kritisch leren denken door het voeren van een goed gesprek.12 Uiteindelijk moeten leerlingen in staat zijn om dialogisch te denken. De staatsburgerlijke opvoeding is daarbij ‘een waardenvolle initiatie en zelfvorming’ in een gegeven cultuur van selfgovernment.13
Van Achter ziet het opvoeden als ‘het leren staan in het perspectief van een blijvende zelfvorming’.14 In dit proces slaan Putnams houding van bonding, bridging en linking social capital bruggen naar groepen als een bruikbaar concept in een tijd die gemeenschapsvorming door sociale cohesie hard nodig heeft.15 In par. 9.7.3. e.v. ga ik hier verder op in.