Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/9.5.2.2
9.5.2.2 Vaste VeranderMomenten
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS413781:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Stevens 2005.
Voor zover mij bekend heeft deze bij de afronding van dit onderzoek nog niet plaatsgevonden.
Brief Ministers van Financiën en Justitie van 1 februari 2007, nr. IPAL 2007-00024M, www.minfin.nl.
Persbericht 4 november 2008, V-N 2008/55.4.
In het Belastingplan 2008 wordt om redenen van uitvoerbaarheid afgeweken van VVM 1 januari doch wordt zonder nadere toelichting gekozen voor werking vanaf 1 februari 2008 in plaats van VVM 1 april of 1 juli 2008 (Kamerstukken II 2007/08, 31 205, nr. 3, p. 88).
Naar aanleiding van het rapport van de Commissie Stevens ‘De top 10 van hinderlijke regels’ van 30 augustus 2005 experimenteert het kabinet in de periode van 1 januari 2007 tot medio 2008 met Vaste VeranderMomenten (VVM).1 Medio 2008 zou een evaluatie volgen.2 Het project bestaat uit drie elementen:
vaste inwerkingtredingsdata voor wet- en regelgeving;
een redelijke invoeringstermijn; en
tijdige en duidelijke informatievoorziening omtrent de in voorbereiding zijnde wet- en regelgeving met effecten voor bedrijven en instellingen.
De elementen zijn uitgewerkt in een brief van de Ministers van Financiën en Justitie van 1 februari 2007 (hierna: brief VVM).3 Naar aanleiding van dit project is besloten dat met ingang van 1 januari 2009 twee vaste inwerkingtredingsdata en een minimuminvoeringstermijn van drie maanden worden gehanteerd.4 Hierna volgt een korte weergave van de elementen zoals die in de brief van 1 februari 2007 en de vanaf 1 januari 2009 geldende regeling worden genoemd.
a. Vaste inwerkingtredingsdata voor wet- en regelgeving
Voor fiscale wetgeving wordt 1 januari als het belangrijkste vaste verandermoment gehanteerd. Indien fiscale wetswijzigingen in de loop van het jaar in werking treden, wordt zoveel mogelijk gekozen voor 1 juli als inwerkingtredingsdatum. In de brief VVM worden daarnaast 1 april en 1 oktober als terugvalopties genoemd. In de brief VVM wordt voorts een aantal uitzonderingen genoemd waarin mag worden afgeweken van VVM. De in casu relevante uitzonderingen zijn de situatie waarin VVM leidt tot hoge private of publieke kosten, reparatiewetgeving en aanpassingen die voortvloeien uit Europese en andere internationale regelgeving. Indien gebruik wordt gemaakt van een uitzondering dient dit onderbouwd te worden. Vanaf 1 januari 2009 gelden twee vaste data voor inwerkingtreding: 1 januari en 1 juli. Uit het persbericht waarin deze afspraak wordt aangekondigd blijkt niet dat hierop uitzonderingen worden gemaakt.
b. Een redelijke invoeringstermijn
Bij toepassing van VVM wordt uitgegaan van een minimum invoeringstermijn van drie maanden. In de per 1 januari 2009 geldende regeling geldt deze termijn ook als uitgangspunt. Deze termijn vangt aan op het tijdstip van officiele publicatie van de desbetreffende regeling. Uit het persbericht waarin de per 1 januari 2009 geldende regeling wordt aangekondigd blijkt niet dat van de invoeringstermijn mag worden afgeweken. Volgens de brief VVM mocht de termijn evenwel worden bekort, indien hij niet zou worden gehaald. De vraag is wat de gevolgen van deze invoeringstermijn zijn voor de formele invoeringstermijn van Belastingplannen die momenteel varieert van twee weken tot een paar dagen.
c. Tijdige en duidelijke informatievoorziening
Sinds 1 april 2007 worden bedrijven en instellingen blijkens de brief VVM via de website www.bedrijvenloket.nl zo volledig en tijdig mogelijk geïnformeerd over de voor hen relevante aankomende- wet en regelgeving.
De toepassing van VVM acht ik in beginsel een goed initiatief. Met name de elementen b en c creëren een kader voor een goede werking van de rationeleverwachtingentheorie ten gevolge waarvan belastingplichtigen in de gelegenheid worden gesteld om – voor zover mogelijk – te anticiperen op nieuwe regelgeving. Voorts zorgt onderdeel a ervoor dat het draagvlak voor wetswijzigingen zou kunnen stijgen en het beginsel van een behoorlijke bekendmaking van de werkingsregel in acht wordt genomen. Indien de in de brief VVM genoemde uitzonderingen ná 1 januari 2009 evenwel ook van toepassing blijven, laat de overheid naar mijn mening belangrijke kansen liggen. Met betrekking tot de onder a genoemde uitzonderingen ben ik van mening dat zij niet zonder nader beoordelingskader kunnen worden geïntroduceerd. Dit geldt met name als wetgeving wordt geïnitieerd naar aanleiding van arresten van de Hoge Raad of jurisprudentie van het HvJ EG of EHRM. In par. 5.6.5 was immers reeds aan de orde dat een wetswijziging naar aanleiding van jurisprudentie van de Hoge Raad, HvJ EG of EHRM niet voorzienbaar is. Het zou de wetgever sieren indien hij bij gebruikmaking van een in de brief VVM genoemde uitzondering nadere voorschriften in acht neemt omtrent de aankondiging van de wetswijziging en de beoogde werkingsregel.5
Ook de door element b vereiste redelijke invoeringstermijn wordt in het belastingrecht onvoldoende nagestreefd. In het algemeen wordt immers niet alleen een uitzondering gemaakt voor het met de begrotingscyclus samenhangende Belastingplan, doch worden ook overige fiscale maatregelen die op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar in werking moeten treden eerst op Prinsjesdag bekendgemaakt. Hierdoor worden de mogelijkheden voor belastingplichtigen om te anticiperen op nieuwe wetgeving aanzienlijk beperkt. Ook de in het kader van VVM opengestelde website levert vandaag de dag nog geen positieve bijdrage. De volledigheid van de site laat waar het voorzienbaarheid van wetswijzigingen betreft in mijn visie te wensen over. Bovendien is het de vraag of de site op termijn meer inzicht in de gevolgen van een wetswijziging voor de belastingplichtige zal verschaffen dan de in de parlementaire geschiedenis gegeven toelichting.