Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.5.1
3.5.1 Dagvaarding en verzoekschrift
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS435519:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
W. Hugenholtz & W.H. Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands burgerlijke procesrecht, 20' druk, Den Haag: Elsevier bedrijfsinformatie bv 2002, p. 137.
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 83 (MvT).
Zie bijv. Titel 6 van Boek 3 Rv met aanvullende/afwijkende regels voor rechtspleging in zaken betreffende het personen- en familierecht. Blijkens art. 362 lid 2 Fw is Titel 3Boek 1 Rv niet op van toepassing op verzoeken ingevolge de Faillissementswet. Met uitzondering van een aantal artikelen is Titel 3 Boek 1 Rv evenmin van toepassing op verzoeken ingevolge de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zie art. 3 Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven.
H. van Houtte, /V/PR-Speciale aflevering 1994, p. 75; Joppe (2003), nr. 123; Strikwerda (2005), nr. 215. Ook voor het interne procesrecht wordt de discussie gevoerd of dit onderscheid in rechtsingang niet verlaten of — verder — gerelativeerd zou moeten worden. Zie W.D.H. Asser, H.A. Groen & J.B.M. Vranken, man v I N Tzankova, Uitgebalanceerd, Eindrapport Fundamentele herbezinning Nederlands burgerlijk procesrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2006, p. 95-101.
Voor het Nederlandse interne procesrecht wordt onderscheid gemaakt tussen procedures die bij dagvaarding moeten worden ingeleid (veelal vermogensrechtelijke zaken) en procedures die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid (veelal personen- en familierechtelijke zaken). Spreekt de wet van 'verzoek' of 'verzoekschrift' dan duidt dat er op dat de procedure ingeleid moet worden bij verzoekschrift. Het gebruik van het woord 'vordering' of 'rechtsvordering' duidt erop dat de procedure bij dagvaarding moet worden ingeleid. Ontbreekt een van deze aanduidingen in de wet, dan zal de procedure in het algemeen ingeleid moeten worden bij dagvaarding.1Titel 2 van Boek 1 Rv bevat regels voor de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg. Blijkens het bepaalde in art. 78 lid 1 Rv is deze titel van toepassing op 'alle zaken waarop niet ingevolge artikel 261 de derde titel van toepassing is, en voorzover daarop niet een andere, bijzondere wettelijke regeling van toepassing is'. De dagvaardingsprocedure omvat ook procedures die weliswaar niet met een dagvaarding aanvangen, maar voor het overige de procesgang van Titel 2 Boek 1 Rv volgen.2Titel 3 van Boek 1 Rv geeft regels voor de verzoekschriftprocedure in eerste aanleg. Volgens art. 261 lid 1 Rv is deze titel, voorzover uit de wet niet anders voortvloeit, van toepassing op 'alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft.' Met een verzoekschrift worden ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit, aldus art. 261 lid 2 Rv. Titel 3 Boek 1 Rv bevat algemene regels voor de verzoekschriftprocedure, terwijl elders in de wet voor bepaalde verzoekschriftprocedures bijzondere regels kunnen bestaan die hiervan afwijken of hierop een aanvulling geven.3 Indien een procedure is ingeleid bij verzoekschrift in plaats van bij dagvaarding of omgekeerd bij dagvaarding in plaats van bij verzoekschrift, dan kan deze ingangsfout hersteld worden volgens art. 69 Rv.
De regeling inzake de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter in art. 1-14 Rv houdt in bepaalde gevallen rekening met het onderscheid tussen dagvaardingsen verzoekschriftprocedures. Zo hebben art. 2, 7, 9 sub c en 11 Rv alleen betrekking op dagvaardingsprocedures en beperkt art. 3 Rv zich tot verzoekschriftprocedures. In art. 4 en 5 Rv is een lex specialis te vinden voor de procedure tot echtscheiding resp. de zelfstandige procedure inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid. Beide procedures vangen aan bij verzoekschrift. Als in een bepaling uit de commune regeling geen onderscheid wordt gemaakt tussen dagvaardings- en verzoekschriftzaken, is de desbetreffende bepaling op beide procedures van toepassing. Dat is het geval in art. 6, 8, 9 sub a en sub b Rv alsook in art. 12 en 13 Rv. De vraag kan worden gesteld of handhaving van het onderscheid tussen dagvaardings- en verzoekschriftzaken voor rechtsmachtdoeleinden zinvol is.4 Dit onderscheid maakt de commune rechtsmacht afhankelijk van de strikt formele vraag of een procedure naar Nederlands intern procesrecht bij dagvaarding of bij verzoekschrift moet worden ingeleid. De begrippen uit het Nederlandse materiële recht (`verzoek', `verzoekschrift', 'vordering' en 'rechtsvordering') worden gebruikt om te bepalen of een grensoverschrijdende zaak bij de Nederlandse rechter ingeleid moet worden bij dagvaarding of verzoekschrift, terwijl de rechtsverhouding zelf mogelijk door buitenlands recht wordt beheerst. Internationale bevoegdheidsregelingen kennen een dergelijk formeel onderscheid niet. In plaats van te onderscheiden naar de vorm van de procedure zou men voor het Nederlandse commune recht kunnen overwegen om te differentiëren naar bijvoorbeeld de aard van het geschil (burgerlijke en handelszaak, personen- en familierecht, etc).