Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.3.3.1:5.3.3.1 Algemeen
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.3.3.1
5.3.3.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575220:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 4 lid 2 van Verordening 17/62. Deze vrijstelling van de aanmeldingsplicht gold voor drie situaties: 1) voor nationale overeenkomsten, 2) voor overeenkomsten tussen slechts twee ondernemingen, waarbij niet vergaande beperkingen worden opgelegd, 3) voor bepaalde overeenkomsten aangaande standaardisatie, onderzoek en ontwikkeling en specialisatie.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien er sprake was van een niet-aanmeldingsplichtige overeenkomst, was de rechter niet bevoegd om de nietigheidssanctie van artikel 81, tweede lid EG toe te passen.1 Ook de vaststelling door de rechter dat de overeenkomst onder een groepsvrijstelling viel, leidde (net als tegenwoordig) tot de onbevoegdheid van de rechter om de nietigheidssanctie van artikel 81, tweede lid EG toe te passen. Indien de overeenkomst onder een groepsvrijstelling viel, betekende dit dat de overeenkomst automatisch vrijgesteld was van het kartelverbod zonder dat aanmelding nodig was. Indien de overeenkomst niet was aangemeld, maar de rechter concludeerde dat het wel degelijk om een aanmeldingsplichtige overeenkomst ging, stond het de rechter vrij hieraan alle nodige gevolgen te verbinden, tenzij reeds een verbodsbeschikking door de Commissie was gegeven. Voor een verbodsbeschikking was immers geen aanmelding nodig. Wat waren de consequenties voor de nationale rechter in het geval partijen zich beriepen op een beschikking van de Commissie? Ik bespreek de consequenties voor de nationale rechter achtereenvolgens voor de negatieve verklaring, de individuele ontheffing, de verbodsbeschikking, de boetebeschikking en de troostbrief.