Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.6.2.3
3.6.2.3 De oorsprong van de eis van statuten in de Nederlandse taal
1
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232292:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit onderdeel is mede gebaseerd op T.F.H. Reijnen, ‘De taal van oprichtingsakte van een rechtspersoon’, WPNR 2017/7140.
Wet van 2 juli 1928, Stb. 216 in werking getreden op 1 april 1929, Stb. 364.
In elk geval voor de oprichting en statutenwijziging van Société Anonyme de Zincs de la Campine, N.V. Kempensche Zinkmaatschappij, te Budel, waarover W.N.M. van der Ham, ‘De Nederlandsche Taal en Statuten van Nederlandsche Vennootschappen’ en J.M.I.A. Simons, ‘De Nederlandsche taal en hare spelwijze in statuten van Naamlooze Vennootschappen en andere Nederlandsche rechtspersonen’, in de 3de jaargang (1923-1924) van De NV, respectievelijk p. 295 en p. 317-320.
In gelijke zin E.J.J. van der Heijden, Het Wetsontwerp-1925 op de Naamlooze Vennootschappen, Roermond: J.J. Romen & Zonen 1926, p. 20. Van der Heijden voegt er het volgende aan toe: ‘het is recht dat algemeen verkeersgevolg slechts worde toegekend aan gebruik van de eigen taal.’ Mij dunkt een al lang achterhaald standpunt. Vgl. ook J.M.I.A. Simons, ‘De Nederlandsche taal en hare spelwijze in statuten van Naamlooze Vennootschappen en andere Nederlandsche rechtspersonen’, De NV, 3de jaargang (1923-1924), p. 320.
Tot de wijziging uit 1928 van de regeling voor de NV in het Wetboek van Koophandel, golden geen taalvoorschriften voor statuten.2 Vóór die wetswijziging was het niet uitgesloten dat de oprichtingsakte van een NV in een vreemde taal werd opgesteld. Zo is Koninklijke bewilliging verleend op statuten(wijziging) in een vreemde taal.3 Bij de wetswijziging uit 1928 is aandacht besteed aan de introductie van de eis van statuten in de Nederlandse taal. Als reden hiervoor noemde de minister van Justitie dat de akte moest worden gepubliceerd in de Staatscourant.4 Het publiciteitsvereiste, zo interpreteer ik de Memorie van Toelichting, eist dat de Nederlandse taal wordt gehanteerd.5 Bij de herziening van het rechtspersonenrecht die heeft geleid tot de invoering van Boek 2 BW in 1976, is dit vereiste uitgebreid naar de overige rechtspersonen.6