Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.8.1:15.8.1 Inhouding en afdracht belasting door het APV
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.8.1
15.8.1 Inhouding en afdracht belasting door het APV
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232994:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De mogelijkheid om een regeling te treffen voor de inhouding van de door de erfgenamen verschuldigde belasting is reeds besproken in paragraaf 15.7, als mogelijke oplossing voor toerekeningsproblemen bij een groot aantal erfgenamen. Mijn gedachte gaat uit naar een facultatieve regeling: het APV kan de belasting inhouden en afdragen, maar dit hoeft niet. Het facultatieve karakter ondervangt invorderingsproblemen die kunnen spelen bij een verplichte regeling: indien het APV gevestigd is in een jurisdictie die invordering van Nederlandse belastingschulden niet faciliteert en het APV werkt niet mee aan de inhouding en afdracht van belasting, dan kan het gevolg zijn dat deze belasting onbetaald blijft. Dit bezwaar is mijns inziens te ondervangen door de regeling facultatief te maken en vorm te geven als een voorheffing: het APV kan de belasting inhouden en afdragen, in welk geval de erfgenaam deze belasting kan verrekenen met de door hem verschuldigde belasting. Indien echter geen inhouding en afdracht plaatsvindt, blijft de desbetreffende erfgenaam de belasting verschuldigd.
Deze benadering heeft als voordelen (i) de belasting komt ten laste van het APV-vermogen en niet ten laste van de erfgenamen en leidt bij hen dus niet tot financiële problemen, (ii) problemen in de toerekening kunnen worden ondervangen en (iii) de administratieve lastendruk neemt in meer of mindere mate af, afhankelijk van het aantal erfgenamen. Een belangrijk bezwaar is echter dat de inhouding van inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting als ware het een voorheffing een significante inbreuk op het huidige wettelijke systeem impliceert. Voorts zijn een aantal praktische bezwaren denkbaar, genoemd in paragraaf 15.7, maar die hangen samen met problemen in het bepalen van de toerekening en staan mijns inziens dus niet in de weg aan het implementeren van een voorheffing voor APV-gerelateerde belastingschulden in het algemeen. Gezien de benodigde inbreuk op het wettelijke systeem heeft deze benadering echter niet mijn voorkeur.