Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.8:15.8 Onmogelijkheid betalen belasting door erfgenamen en vergoeding door APV
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.8
15.8 Onmogelijkheid betalen belasting door erfgenamen en vergoeding door APV
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232863:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Althans de in Nederland woonachtige inbrenger. Ik kan mij voorstellen dat een uit een ander land afkomstige inbrenger, zoals een Amerikaan die een trust heeft ingesteld en vervolgens een aantal jaar voor zijn werk naar Nederland komt, toch voor een verrassing komt te staan.
Met andere woorden: er is sprake van een onvolkomenheid in categorie 3(a).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk praktisch probleem is hoe de erfgenamen de inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting moeten betalen die zij verschuldigd zijn in verband met het APV-vermogen dat aan hen toegerekend wordt. Eenzelfde vraag speelt uiteraard voor de inbrenger, maar is in die context in mijn ogen minder problematisch, omdat de inbrenger het APV zelf in het leven geroepen heeft en daarmee geacht kan worden de daarmee samenhangende fiscale consequenties te aanvaarden.1 De inbrenger is bovendien in de positie geweest om bij de instelling van het APV een regeling te treffen die hem tot betaling van de belasting in staat stelt.
Er zijn meerdere benaderingen denkbaar om dit punt te adresseren, in het kort:
een (facultatieve) mogelijkheid om het APV de door degene(n), aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend, verschuldigde inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting te laten inhouden en afdragen;
een wettelijk verhaalsrecht voor de degene(n), aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend, jegens het APV in verband met de door hen als gevolg van toerekening van het APV-vermogen verschuldigde belasting;
de inbrenger voorziet in een verplichting voor het APV om de “belastingschade” te vergoeden, die degene(n) aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend, lijden in verband met deze toerekening; of
er is geen sprake van een mogelijkheid tot afdracht of verhaal, noch van een verplichting tot het vergoeden van de belasting door het APV, maar het APV gaat op eigen initiatief over tot het vergoeden van deze belasting.
Hierna ga ik in meer detail op de verschillende mogelijkheden in. Eenvoudshalve spreek ik daarbij van “erfgenamen”, in plaats van “degenen aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend”.
Deze problemen in de betaling van de belasting, waarmee belastingplichtigen kunnen worden opgezadeld, is een knelpunt, dat mijns inziens het gevolg is van een juridische onvolkomenheid in de wetgeving. De toepassing van de APV-regeling kan leiden tot het ongerijmde effect dat een belastingplichtige belasting verschuldigd is ter zake van vermogen waar hij nooit op enige wijze voordeel van heeft.2 Gezien het antimisbruikkarakter van de APV-regeling is voor de heffing van de belasting als zodanig wel een rechtvaardiging te vinden, maar de uitkomst van het niet voorzien in een regeling voor het oplossen van betalingsproblemen bij belastingplichtigen werkt naar mijn mening onredelijk uit. Volledigheidshalve merk ik op dat deze onvolkomenheid mijns inziens niet zozeer in de categorie “onuitvoerbaarheid” valt, aangezien de uitvoering in de zin van het vaststellen en invorderen van de belastingschuld niet het probleem is, maar financiële problemen bij de degenen aan wie het APV-vermogen wordt toegerekend.
15.8.1 Inhouding en afdracht belasting door het APV15.8.2 Verhaalsrecht jegens het APV15.8.3 Verplichting tot vergoeding van de belasting15.8.4 Vergoeding op initiatief van het APV15.8.5 Conclusie