Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5:15.5 Toerekening aan meerdere personen – contouren van een regeling voor de administratieve “verdeling” van APV-vermogen
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.5
15.5 Toerekening aan meerdere personen – contouren van een regeling voor de administratieve “verdeling” van APV-vermogen
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232938:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Oftewel nog een onvolkomenheid in categorie 3(a).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragrafen 14.3.2.6, 14.3.3.2 en 14.4.2.3 ben ik ingegaan op de verschillende fiscale complicaties die zich kunnen voordoen als gevolg van het (gaan) toerekenen van het vermogen van een APV aan meerdere personen, zoals een met inkomstenbelasting belaste vervreemding of uitkering of kruislingse schenkingen tussen begunstigden die alle een uitkering van (relatief) gelijke omvang ontvangen. Naar mijn mening is dit een van de voornaamste belemmeringen, als gevolg waarvan een APV niet goed als beschermingsfiguur kan functioneren, omdat de gevolgen van het APV significant minder gunstig zijn dan de fiscale gevolgen van het niet afzonderen van vermogen.
Mijns inziens gaat de APV-regeling daarmee verder dan noodzakelijk is. Dat de wetgever het buiten de heffingssfeer brengen van vermogen wil tegengaan is logisch en legitiem. Het gevolg van de huidige regeling is dat ook de inbrenger die om civielrechtelijke redenen, het beheer en de bescherming van familievermogen, een APV wil instellen, hierin belemmerd wordt door de (veel) minder gunstige fiscale behandeling van het APV. Deze behandeling is primair het gevolg van de toerekening als ware iedere persoon aan wie wordt toegerekend rechthebbende op een evenredig deel van een goed dat in een eenvoudige gemeenschap door hen allen gehouden wordt. Dat maakt dat uitkeringen niet te herleiden zijn tot een bepaald “aandeel” en dat iedere inbreng of uitkering een vervreemding vormt. Dit gebrek aan fiscale neutraliteit is een knelpunt, dat het gevolg is van een onvolkomenheid in de fiscale wetgeving: hoewel de APV-regeling als zodanig een legitiem doel dient, is hij op dit punt te grofmazig, hetgeen tot voor belastingplichtigen ongerijmde uitkomsten leidt.1
In deze paragraaf ga ik derhalve in op een alternatief. Hierbij zij nogmaals benadrukt dat ik de huidige APV-regeling als uitgangspunt neem en vervolgens een voorstel doe voor een regeling waarmee de bestaande regeling meer in lijn gebracht kan worden met de bedoeling die hier achter zit. Dit voorstel neemt niet alle bezwaren tegen de APV-regeling weg. Om hieraan tegemoet te komen zou echter voor een geheel andere regeling gekozen moeten worden, hetgeen de wetgever niet gedaan heeft. Aan dergelijke alternatieven, die overigens ook weer met bepaalde bezwaren gepaard kunnen gaan, ga ik dan ook voorbij.
15.5.1 Aansluiting bij parallel met situatie zonder inbreng15.5.2 Initiatief tot verdeling15.5.3 Verhouding “aandelen” en discretionaire karakter van het APV15.5.4 Separate APV’s15.5.5 Conclusie