Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.3:15.3 Genietingsmoment bij dooruitkering in ander jaar
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/15.3
15.3 Genietingsmoment bij dooruitkering in ander jaar
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232715:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Indien de certificaathouder wel de economische eigenaar is, doet deze problematiek zich naar mijn mening niet voor, omdat de realisatie/de vervreemding/het genietingsmoment zich bij de certificaathouder op hetzelfde moment voordoen als bij de STAK, ongeacht of een dooruitkering plaatsvindt. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar de in de navolgende voetnoten genoemde paragrafen.
Zie paragraaf 13.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er kan zich, indien de certificaathouder niet tevens economisch eigenaar van het gecertificeerde vermogen is, een mismatch voordoen tussen het genietingsmoment (of realisatiemoment) van de certificaathouder en het genietingsmoment van de STAK1. Dit speelt met name in box 2, zowel bij vervreemdingsvoordelen als reguliere voordelen, als bij certificaten van ter beschikking gesteld vermogen. Bij box 3 speelt het moment van realisatie uiteraard geen rol en bij de overige onderdelen van box 1 die ik behandeld heb2 kunnen de certificaten slechts in box 1 vallen indien wel sprake is van economische eigendom. In deze paragraaf ga ik allereerst in op de problematiek die in dit verband speelt en schets ik vervolgens een oplossingsrichting.
15.3.1 Problematiek bij uiteenlopen genieting door STAK en door certificaathouder15.3.2 Belastingheffing bij en verhaalsrecht voor de certificaathouder15.3.3 Algemene toerekening aan en verhaalsrecht voor de certificaathouder15.3.4 APV en verhaalsrecht15.3.5 Verhaalsrecht bij schenk- en erfbelasting