Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.2.5
4.2.5 Internetconsultatie
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS495411:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
www.internetconsultatie.nl/vereenvoudiging_belastingteruggaaf_oninbare_vorderingen (V-N 2016/40.11). De voorgestelde regeling en artikelsgewijs commentaar kunnen via deze website worden gedownload. De consulatie had ook betrekking op een teruggaafregeling voor milieubelastingen. Deze laat ik onbehandeld.
Hiervoor gold een termijn van ruim één maand; de consultatie werd op 14 augustus 2016 gesloten.
Deze worden in paragrafen 4.3.1-4.3.5 nader toegelicht.
Deze laat ik in deze studie onbehandeld.
Deze zijn allemaal te downloaden via www.internetconsultatie.nl/vereenvoudiging_belastingteruggaaf_oninbare_vorderingen.
Kamerstukken II 2016/17, 34 554, nr. 3, p. 11 (MvT) en het ‘Verslag internetconsultatie vereenvoudiging belastingteruggaaf oninbare vorderingen’ (gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl/vereenvoudiging_belastingteruggaaf_oninbare_vorderingen).
Brief van de NOB van 12 augustus 2016.
In de zomer van 2016 werd vervolgens door het Ministerie van Financiën een conceptwetsvoorstel gepubliceerd strekkende tot wijziging van art. 29 Wet OB 1968. Hiervoor werd op 12 juli 2016 een (destijds voor de btw unieke) internetconsultatie geopend.1 Betrokkenen werden in de gelegenheid gesteld om op de conceptregeling en de concept (memorie van) toelichting te reageren.2 Tevens werden zij uitgenodigd om een aantal vragen te beantwoorden. Directe aanleiding voor de internetconsultatie was het bij de aanbieding van het Belastingplan 2016 aangekondigde onderzoek naar de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de regeling voor teruggaaf van btw bij oninbare vorderingen. Voorgesteld werd om art. 29 Wet OB 1968 op een aantal punten aan te passen. De meest in het oog springende voorgestelde wijzigingen waren, voor zover het de teruggaaf van btw wegens oninbare vorderingen betreft:3
De tekstuele koppeling met art. 90 lid 1 Btw-richtlijn.
De introductie van een vermoeden van oninbaarheid één jaar na het opeisbaar worden van de vordering.
De introductie van een correctieverplichting wanneer de vordering op een later moment alsnog zou worden betaald.
De introductie van een indeplaatstredingsregeling bij de overdracht van een vordering.
De (her)introductie van de verplichting om de btw op oninbare vorderingen via de reguliere btw-aangifte terug te vragen.
Voorts voorzag het voorstel in een specifieke overgangsregeling.4
De internetconsultatie leverde 25 reacties op, waarvan er 16 openbaar werden gemaakt.5 De reacties waren afkomstig van enkele grote organisaties, zoals VNO-NCW, de NOB, het Register Belastingadviseurs (RB) en Energie Nederland (ENL). Daarnaast hadden vertegenwoordigers van advieskantoren, individuele ondernemers en ook enkele particulieren reacties ingezonden.6 Uit de gepubliceerde reacties blijkt dat de respondenten bijzonder te spreken waren over de voorgestelde wijzigingen, al werd de voorgestelde regeling hier en daar ook van een kritische noot voorzien. Zo uitte de NOB7 bijvoorbeeld haar zorgen over de geldigheid van bepaalde onderdelen (zoals de herleefde verschuldigdheid bij een betaling alsnog en de indeplaatstredingsregeling bij de overdracht van vorderingen) in het licht van het Unierecht.