De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/8.2:8.2 Heropening van de vereffening ex artikel 2:23c lid 1 BW
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/8.2
8.2 Heropening van de vereffening ex artikel 2:23c lid 1 BW
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS386321:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Snijder-Kuipers, Groene Serie Rechtspersonen, art. 2:23c BW, aant. 2, Deventer: Kluwer 2012.
HR 2 oktober 1998, NJ 1999, 194, m.nt. Van Schilfgaarde, r.o. 3.4.2.
HR 11 oktober 1991, NJ 1992, 132, m.nt. Maeijer, r.o. 3.3 en Slagter/Assink 2013 (Deel 1), nr. 21.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een turbogeliquideerde BV kan herleven door middel van een heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c lid 1 BW, welk verzoek dient te worden gedaan bij de rechtbank. Teneinde tot toewijzing van een dergelijk verzoek te komen, dient aan een aantal vereisten te worden voldaan. Allereerst dient de verzoeker een voldoende belang te hebben bij de heropening. De verzoeker zal dus moeten aantonen dat sprake is van een niet-vereffende bate of van een aan een rechthebbende uitgekeerd liquidatiesaldo dat kan worden teruggevorderd.1 Uit jurisprudentie volgt dat voor toewijzing van het verzoek tot heropening van de vereffening voldoende is dat de door de verzoeker gestelde vordering en/of bate voldoende aannemelijk is.2 Uit eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat de rechter een en ander met terughoudendheid toetst.3
De procedure tot herleving van de turbogeliquideerde BV lijkt simpel: de verzoeker dient een belang bij de heropening te hebben, terwijl de rechter het al dan niet bestaan van voormeld belang met terughoudendheid dient te toetsen. Echter, schijn bedriegt! De verzoeker zal dienen aan te tonen dat er baten zijn (paragraaf 8.2.2), waarbij het wederom de vraag is wat onder ‘baten’ wordt verstaan (paragraaf 8.2.1) en hoe een schuldeiser erachter kan komen of de BV nog baten heeft.
8.2.1 Baten in de zin van artikel 2:23c lid 1 BW8.2.2 Stelplicht en bewijslast