Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/17.1.6
17.1.6 De nauwe samenhang tussen "type" en omvang van de "monitoring-kosten" en de feitelijke aandeelhouders- en financieringsstructuur
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574352:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Fox (1999b), p. 1405. Hij merkt op dat '[t]he effectiveness of disclosure in helping to reduce the agency costs of management and in assuring the best choice of real investment projects in the economy depends on an issuer's interral decision structure and the corporate finance environment in which the issuer operates.'
Hierover: Jaap Winter (2006), p. 621-645 en (2007), p. 125-138
Hierover: Kerkmeester/Holzhauer (2000), p. 84.
Zie verband Pacces (2008), p. 172-173, daarbij o.m. aandacht schenkend aan rationele apathie. Hierover ook reeds J.W. Winter (2001a), p. 6-9. Toegespitst op de handhaving van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen is aan deze 'free-rider'problematiek aandacht besteed in de MvT bij het voorstel voor de Wtfv (Kamerstukken II, 2005/2006, 30 336, nr. 3, p. 5).
Hierover J.W. Winter (2001c), p. 217-218.
Vgl, naast de oproep van J.W. Winter (2001c), o.m. La Porta (e.a.) 1997, p. 1131 en De Groot (2003), p. 521-522. Toegespitst op publicatieverplichtingen: Kraakman (2004), p. 104-105, daarbij o.m. verwijzend naar het Rapport van de High Level Group of Company Law Experts (2002b), p. 45-47 en p. 94-100. Ook de in Richtlijn 2006/46/EG opgenomen voorstellen tot vergroting van het inzicht in transacties met verbonden partijen (vgl. art. 1, onderdeel 6 en art. 2, onderdeel 1) getuigen daarvan.
Dat wil zeggen: publicatieverplichtingen die dusdanig zijn vormgegeven dat zij kosten-efficiënt — de maatschappelijke opbrengsten van die verplichtingen overstijgen de maatschappelijke kosten - zijn.
In die zin ten onrechte bijvb. Fox (1999b), p. 1406-1407: 'in Germany and Japan, institutional investors play a larger role both in monitoring managerial behavior and in supplying fmance, mostly debt. The picture painted here suggests that the optietal level of disclosure for U.S. issuers would be higher than for German and Japanese ones.' Ook Verrecchia (2001), p. 92, tendeert in deze richting: 'literature shows that better informed shareholders in a firm always prefer less firm disclosure than less well-informed shareholders'.
Een voorbeeld daarvan vormt de, in voetnoot 46 genoemde verplichting om informatie te verstrekken over transacties van de beursvennootschap met 'verbonden partijen'. Voor minderheidsaandeelhouders is relevant tegen welke voorwaarden deze transacties zijn gesloten.
Het behoeft geen verder betoog dat toepasselijkheid van publicatieverplichtingen uit uiteenlopende rechtstelsels op één en dezelfde beursvennootschap — hetgeen niet zelden het geval is — in nog veel sterkere mate het bereiken van een optimale omvang en vormgeving van de publicatieverplichtingen bemoeilijkt.
Ondanks deze nuanceringen is naar mijn mening aannemelijk dat voor het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen met als doel het tegengaan van "agency-problemen" binnen die vennootschappen — in beginsel — economische rechtvaardigingsgronden bestaan. Daarmee is echter (nog) niet gezegd dat de wijze waarop de huidige publicatieverplichtingen zijn vormgegeven dit doel ook op kosteneffectieve wijze bereikt of kan bereiken. Of daarvan sprake is zal in belangrijke mate afhangen van de feitelijke aandeelhouders- en financieringsstructuur van de beursvennootschap.1
Voor de omvang van de "monitoring-kosten" van individuele aandeelhouders of andere investeerders — speelt een belangrijke rol of sprake is van wijdverspreid of geconcentreerd aandelenbezit.2 De relatie tussen de spreiding van aandelenbezit en omvang van de "monitoring-kosten" is echter een complexe. Wijdverspreid aandelenbezit zal enerzijds namelijk leiden tot hogere kosten van "monitoring" van leidinggevenden.3 De "monitoring-kosten" per individuele investeerder zullen hoger zijn, evenals het risico op "free-rider" gedrag.4 Anderzijds leidt geconcentreerd aandelenbezit — in het bijzonder de aanwezigheid van een aandeelhouder met een controlerend belang — voor minderheidsaandeelhouders tot hogere kosten van "monitoring" van de relatie tussen leidinggevenden van de beursvennootschap en de controlerend aandeelhouder.5 Voor het bestaan van "monitoring-kosten" voor investeerders in beursvennootschappen met dergelijke controlerende aandeelhouders is de laatste jaren — terecht — meer aandacht ontstaan.6
De nauwe samenhang tussen de feitelijke aandeelhoudersstructuur van de beursvennootschap enerzijds, en het "type" en de omvang van de "monitoring-kosten" anderzijds, heeft tot gevolg dat het niet eenvoudig is in algemene zin conclusies te trekken over de optimale7omvang en vormgeving van de publicatieverplichtingen die het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen tot doel hebben. Dat de optimale omvang van de op te leggen publicatieverplichtingen bij beursvennootschappen waarin een controlerend belang wordt gehouden per definitie lager zal zijn — hetgeen in het verleden door uiteenlopende auteurs gesuggereerd is — lijkt mij geen houdbare conclusie.8 Voor investeerders in dergelijke beursvennootschappen zullen weliswaar de kosten van "monitoring" van leidinggevenden van de beursvennootschap lager kunnen zijn. Daar staan echter de hogere kosten van het monitoren van activiteiten van de controlerende aandeelhouder tegenover. Investeerders in dergelijke vennootschappen hebben derhalve niet per definitie behoefte aan minder informatie, maar vooral aan andere informatie.9
In werkelijkheid zal tussen beursvennootschappen een grote mate van verscheidenheid (kunnen) bestaan wat de feitelijke aandeelhouders- en financieringsstructuur betreft. Daarvan kan ook sprake zijn bij beursvennootschappen binnen één en hetzelfde rechtstelsel. Ook dit heeft tot gevolg dat, binnen dat rechtstelsel, het niet eenvoudig kan zijn om tot de optimale omvang en vormgeving van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen.10