Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/17.1.0
17.1.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS580259:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zoals is besproken in hoofdstuk 6.
B. Black (2001), p. 842 e.v. onderscheidt in dit verband twee dimensies aan 'monitoring'. Hij spreekt (p. 842) over 'monitoring insiders, to ensure that they don't steal the company's value from investors (shareholders or creditors), and monitoring management performance, to ensure that a company maximizes that value.' De werkelijkheid is echter complexer, omdat het ook de leidinggevenden van een beursvennootschap kunnen zijn die als 'insider' moeten worden aangemerkt (of daarmee samenspannen).
Eveneens in deze zin: Mahoney (1995), p. 1051: [b]y reducing monitoring costs, disclosure reduces overall agency losses.'
Aldus Hail/Leuz (2006), p. 487, daarbij verwijzend naar Lombardo/Pagano (2002).
Het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen is één van de instrumenten om informatieasymmetrie tussen (leidinggevenden van) beursvennootschappen en investeerders en daaruit voortvloeiende "agencykosten" tegen te gaan.1 Van die "agency-kosten" maken de "monitoring-kosten" voor investeerders deel uit. Als gevolg van de verplichting om informatie te publiceren over de wijze waarop leiding wordt gegeven aan de beursvennootschap en door haar gedreven ondernemingen, kunnen investeerders beoordelen of hun belangen afdoende worden behartigd.2 Publicatieverplichtingen verminderen hiermee, zo wordt wel betoogd, de "out-of-pocket monitoring costs" — de directe "monitoring-kosten"3 — van investeerders.4