Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/2.2.7
2.2.7 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (1996)
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950461:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 10 juli 1995, houdende bepalingen ten aanzien van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf) (Staatsblad 1995, 368).
Besluit van 25 oktober 1995, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Staatsblad 1995, 532).
Van den Broeke, Het Verzekerings-Archief 1995, afl. 2, p. 54-62; Boshuizen 1997, TVVS, p. 56-63; Boshuizen en Jager 2010, p. 12-13.
Volgens het ‘Jaarverslag van de Verzekeringskamer over haar werkzaamheden en bevindingen in 1996’ (p. 39) vroegen in 1996 honderd bestaande natura-uitvaartverzekeraars een vergunning aan. Daarvan hebben er zeven een Wtv 1993-vergunning aangevraagd.
Art. 54 lid 2 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Staatsblad 1995, 368): “Indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend.” en art. 54 lid 4 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf: “Indien zich niet binnen de gestelde termijn een vierde of meer van de polishouders tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoet gekomen, verleent de Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden.” Volgens lid 7 wordt onder polishouder de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger verstaan.
Kamerstukken II 1994/95, 23688, nr. 6, p. 18 (nota naar aanleiding van het verslag).
Kamerstukken II 1993/94, 23688, nr. 3, p. 25 (MvT).
Kamerstukken II 1993/94, 23688, nr. 3, p. 25 (MvT).
Wet van 13 december 2000 tot wijziging van een aantal wetten in verband met de naamswijziging van de Verzekeringskamer, alsmede wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 teneinde op enkele punten de verhouding van de Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot de Pensioen- & Verzekeringskamer nader te regelen (Staatsblad 2001, 21).
Wet van 13 oktober 2004, houdende bepalingen in verband met de fusie van De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Pensioen- & Verzekeringskamer (Staatsblad 2004, 556).
Op 1 januari 19962 trad de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf3 in werking. Deze wet beoogde natura-uitvaartverzekeraars – met uitzondering van bepaalde kleine natura-uitvaartverzekeraars – onder toezicht te stellen van de Verzekeringskamer.4 Overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering waren gedefinieerd als overeenkomsten van verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van de mens die uitsluitend strekken tot het verrichten van andere dan geldelijke prestaties.5
De daarin opgenomen regeling voor de overdracht van een portefeuille van natura-uitvaartverzekeringen was naar de strekking gelijk aan de regeling voor de overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (en bevatte dus ook een verzetrecht6 van polishouders). Deze regeling is naar de strekking ook gelijk aan de huidige regeling in art. 3:113 lid 1 Wft. Dat wetsartikel regelt de overdracht door een natura-uitvaartverzekeraar van een portefeuille natura-uitvaartverzekeringen aan een andere natura-uitvaartverzekeraar of een levensverzekeraar. Maar omdat in de Europese Unie, anders dan voor schade- en levensverzekeraars, geen gecoördineerde regelgeving bestaat voor natura-uitvaartverzekeraars bestrijkt de regeling minder gevallen dan de regeling voor de overdracht van een portefeuille van levensverzekeringen. Die gecoördineerde regelgeving is er niet, omdat gespecialiseerde natura-uitvaartverzekeraars geen algemeen voorkomend verschijnsel zijn in Europa. Behalve in Nederland zouden die alleen in Spanje op grote schaal voorkomen.7 Omdat hier het single licence-beginsel dus niet geldt, zijn met name de overdrachten door bijkantoren buiten Nederland van verzekeraars met zetel in Nederland naar een vestiging (bijkantoor of zetel) in het buitenland van een andere verzekeraar niet geregeld. In de Memorie van Toelichting werd onder meer opgemerkt:
“Dit artikel is naar strekking gelijk aan artikel 129 van de WTV 1993. Aangezien er in de EEG geen gecoördineerd toezichtsregime voor de hier bedoelde natura-uitvaartverzekeraars bestaat en een samenwerkingsprocedure derhalve ontbreekt, geeft het voorgestelde artikel slechts een regeling voor overdrachten binnen Nederland en voor overdrachten van een bijkantoor buiten Nederland van een verzekeraar met zetel in Nederland naar een bijkantoor in Nederland van een verzekeraar met zetel buiten Nederland.”8
Als gezegd, was deze nieuwe regeling van art. 52 lid 1 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf naar de strekking ook gelijk aan de huidige regeling in art. 3:113 lid 1 Wft:
Art. 52 lid 1 Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
d.d. 1 januari 1996
Art. 3:113 lid 1 Wft
Een verzekeraar met zetel in Nederland kan slechts met schriftelijke toestemming van de Verzekeringskamer en bij akte zijn rechten en verplichtingen uit een of meer overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering:
Een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland die rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering wenst over te dragen, behoeft daarvoor de instemming van de Nederlandsche Bank indien het betreft:
a. gesloten vanuit een vestiging in Nederland overdragen aan een andere verzekeraar of aan een levensverzekeraar met vestiging in Nederland in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland;
a. de overdracht van rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit de zetel in Nederland, aan een andere natura-uitvaartverzekeraar of aan een levensverzekeraar met vestiging in Nederland in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland;
b. gesloten vanuit een bijkantoor in een andere staat overdragen aan een andere verzekeraar of levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland indien de wetgeving van de staat van het bijkantoor voorziet in een dergelijke overdracht en de toezichthoudende autoriteit in die staat, voor zover aanwezig, daarmee instemt.
b. de overdracht van rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een buiten Nederland gelegen bijkantoor, aan een andere natura-uitvaartverzekeraar of aan een levensverzekeraar in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een vestiging in Nederland.
Het huidige art. 3:113 lid 2 Wft regelt de overdracht van een portefeuille met natura-uitvaartverzekeringen door een levensverzekeraar aan een natura-uitvaartverzekeraar. De Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf voegde een dergelijke bepaling toe aan de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.9 De Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf wijzigde bovendien de definitie van “overeenkomsten van levensverzekering” die was opgenomen in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.10 Ook natura-uitvaartverzekeringen gingen onder die definitie vallen. Het gevolg daarvan was ook dat levensverzekeraars voortaan ook natura-uitvaartverzekeringen konden overdragen aan andere levensverzekeraars met toepassing van de regeling voor portefeuilleoverdracht in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.11
Begin 2001 werd de naam van de Verzekeringskamer gewijzigd in Pensioen- & Verzekeringskamer. Die wijziging moest zowel in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 als in de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf op veel plekken doorgevoerd worden.12 Vervolgens fuseerden DNB en de Pensioen- & Verzekeringskamer in 2004.13 De Pensioen- & Verzekeringskamer hield op te bestaan. DNB ging alle taken en bevoegdheden uitoefenen die bij of krachtens enige wet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer waren toegekend.