Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.26.1:4.26.1 Kamervragen over de toedeling van staatsinrichting 1986
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.26.1
4.26.1 Kamervragen over de toedeling van staatsinrichting 1986
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977206:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1986/87, aanhangsel.
J. Brouwer, ’Touwtrekken om staatsinrichting: misser van Ginjaar-Maas’, Kleio 1987, p. 27-34.
Dekker e.a. (red.)1986; Cie-HEG, Werkdocument III: Staatsinrichting, Enschede: SLO 1987.
Meer hierover: Brouwer 1987, p. 27-34.
Antwoord staatssecretaris op 1 december 1986, Kamerstukken II 1986/87, aanhangsel; vgl. Nederlandse Kring voor Wetenschap der Politiek, Politiek in het onderwijs. Rapport van de Commissie Politicologie, Maatschappijleer, Staatsinrichting, Enschede: SLO 1988.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Historische en moderne staatsinrichting toedelen: het staatsrechtelijke aspect
Het Tweede Kamerlid Leijnse (PvdA) stelt in 1986 schriftelijke vragen aan staatssecretaris Ginjaar-Maas (VVD) over een meer werkbare verdeling van het curriculum staatsinrichting op vwo/avo.1 Zij ziet de wording van het staatsbestel, in wisselwerking met de historische ontwikkeling bij geschiedenis en staatsinrichting behoren, daarnaast ondersteunt deze genese ook de lessen staatsinrichting en geschiedenis2: ‘Het actuele functioneren, de werking van het politieke bestel, als een samenstel van instellingen en functies, behoort bij maatschappijleer’.3 Het staatsrechtelijke aspect komt op het cse geschiedenis en staatsinrichting (ceges) aan bod in een historisch thema en de politicologische aspecten zijn voortaan te toetsen op het schoolexamen.4 Voorts besluit de staatssecretaris na de evaluatie van maatschappijleer als examenvak over de regeling van staatsrechtelijke aspecten van andere vakken.5