De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.5.2.1:12.5.2.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.5.2.1
12.5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS371173:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Sinds de implementatie van de AIFMD wordt hier gesproken van beleggingsinstellingen en icbe’s, zie daarover eerder § 12.4.4.
Zie daarover uitgebreid eerder Beckers 2010-2, p. 217-222 (met verwijzingen) en de AFM-leidraad voor aandeelhouders, par. 3.5.7 <www.afm.nl>.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De meldingsregeling van hoofdstuk 5.3 Wft kent een toerekeningsvrijstelling voor beheerders van beleggingsinstellingen/icbe’s1 en vermogensbeheerders die de aan deze partijen toe te rekenen stemrechten naar eigen inzicht kunnen uitoefenen (art. 5:45 lid 11 Wft).2 Mits aan de bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden3 is voldaan, worden de aan deze partijen toe te rekenen stemrechten niet op hun beurt toegerekend aan degene die hen controleert (ex art. 5:45 lid 3 Wft).
De verplicht bod-regeling voorziet op dit moment nog niet in een regeling zoals art. 5:45 lid 11 Wft. In deze paragraaf onderzoek ik of ook in het kader van de biedplicht toerekening aan het groepshoofd plaatsvindt (§ 12.5.2.2), of niet ook in het kader van het verplicht bod daarop een uitzondering zou moeten bestaan (§ 12.5.2.3), hoe een dergelijke regel er dan uit zou moeten zien (§ 12.5.2.4 (vormgeving) en § 12.5.2.5 (toezicht)) en wat de gevolgen van een dergelijke uitzondering zijn voor de toerekening (§ 12.5.2.6).