Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/6.17.4
6.17.4 Levert de benoeming van een vaste vertegenwoordiger een belemmering voor het handelsverkeer op?
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS304856:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.17.9.4.
Zie onder meer het besluit van de staatssecretaris van Financiën d.d. 3 juni 2014, DGB 2014/3101 (Lichamen met financiële dienstverleningsactiviteiten binnen concernverband zonder reële economische aanwezigheid in Nederland; geen zekerheid vooraf, verstrekken van inlichtingen en beperking verrekening bronheffing). Art. 2 van dat besluit bepaalt (onder meer) dat aan een dienstverleningslichaam (als gedefinieerd in dat besluit) geen zekerheid vooraf wordt verstrekt over de fiscale gevolgen van alle door het dienstverleningslichaam voorgenomen transacties, indien het dienstverleningslichaam niet voldoet aan ÉÉn of meer van de in de bijlage bij dat besluit opgenomen vereisten op het gebied van de reële aanwezigheid (substance) in Nederland. De betreffende bijlage bepaalt onder meer dat ten minste de helft van het totaal aantal statutaire en beslissingsbevoegde bestuursleden in Nederland woont of feitelijk in Nederland gevestigd dient te zijn.
Men kan zich afvragen of Nederland door de (verdere) introductie van de vaste vertegenwoordiger een minder gunstig land wordt voor buitenlandse investeerders. De Minister is van mening dat een wettelijke verplichting tot het benoemen van vaste vertegenwoordigers een ongewenste belemmering kan vormen voor het handelsverkeer. Naar mijn mening is van een dergelijke belemmering echter geen sprake. Buitenlandse investeerders kunnen als aandeelhouders of anderszins blijven participeren in Nederlandse rechtspersonen. Ook kunnen buitenlandse rechtspersonen nog immer bestuurders blijven van Nederlandse rechtspersonen. Tussenschakeling van buitenlandse rechtspersoon-bestuurders is nog immer mogelijk. De gevolgen van de arresten D Group-Schreurs en MyGuide worden echter – voor een groot deel – weggenomen. Voor een Nederlandse ondernemer geldt dat hij in veel landen gehouden is een vaste vertegenwoordiger te benoemen indien hij aldaar een rechtspersoon wil laten functioneren als bestuurder van een andere rechtspersoon. Het is dan zeker niet vreemd indien een soortgelijke verplichting wordt opgelegd aan een uit een dergelijk land afkomstige ondernemer die in Nederland een rechtspersoon wil laten functioneren als bestuurder van een andere rechtspersoon. Daarbij teken ik aan dat – gelet op de beperkte taak die ik voor de vaste vertegenwoordiger weggelegd zie1 – voor het overige niet veel verandert ten opzichte van de huidige situatie. Een buitenlandse rechtspersoon kan bijvoorbeeld (enig) aandeelhouder blijven van een Nederlandse rechtspersoon.
In aansluiting op hetgeen ik in de vorige alinea opmerk, wijs ik op het feit dat Nederlandse rechtspersonen die een buitenlandse rechtspersoon als bestuurder willen laten functioneren het zelf in de hand hebben of zij zich de moeite willen getroosten ten minste ÉÉn vaste vertegenwoordiger te benoemen. Vinden de natuurlijke personen die uiteindelijk bestuurders zijn het bijvoorbeeld te riskant om vaste vertegenwoordigers te zijn en als zodanig in het Nederlandse handelsregister ingeschreven te staan, dan kunnen zij er bijvoorbeeld voor kiezen om in plaats van een rechtspersoon-bestuurder een natuurlijk persoon te laten benoemen als bestuurder en als zodanig in het handelsregister in te laten schrijven. Een alternatief is om bijvoorbeeld een Nederlandse trustmaatschappij te benoemen tot bestuurder van de Nederlandse rechtspersoon. Daarbij teken ik aan dat benoeming van bestuurders die in Nederland wonen of feitelijk gevestigd zijn in Nederland op grond van fiscale (substance)regelingen reeds vereist is en ook na een eventuele introductie van de vaste vertegenwoordiger in Boek 2 BW vereist zal blijven.2