Beleidsbepaling en aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3.2.1:5.3.2.1 Maatschappelijke zorgvuldigheid: rekening houden met anderen
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/5.3.2.1
5.3.2.1 Maatschappelijke zorgvuldigheid: rekening houden met anderen
Documentgegevens:
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254418:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tjong Tjin Tai 2006, p. 141.
In deze zin Tjong Tjin Tai 2006, p. 140.
Tjong Tjin Tai 2006, p. 146.
Tjong Tjin Tai 2006, p. 148.
Zie Jansen, GS Onrechtmatige daad, art. 6:162 BW, aant. 3.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd blijkt uit artikel 6:162 lid 2 BW dat een onrechtmatige daad zowel kan bestaan uit een doen als uit een nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Met deze norm wordt de maatschappelijke zorgvuldigheid aangeduid, waarin de ongeoorloofde aantasting van andermans belangen mag worden gelezen.1 Iedereen zal zich bij zijn handelen rekenschap moeten geven van de daarbij mogelijk betrokken belangen van anderen; er is sprake van een zekere verantwoordelijkheid met betrekking tot de belangen van andere deelnemers aan het rechtsverkeer.2 Tjong Tjin Tai spreekt in dit verband over een ‘zwakke zorgplicht’.3 De buitencontractuele zorgplicht laat zich aldus vertalen dat, indien de desbetreffende belangen door het handelen (kunnen) worden geschaad, degene die handelt onder omstandigheden – doch mede gelet op het eigen belang – anders zal moeten handelen dan voorgenomen en waar hij dat nalaat, hij aansprakelijk is voor de toegebrachte schade.4 De grondslag voor buitencontractuele zorgplichten moet volgens Tjong Tjin Tai worden gezocht in enerzijds de billijkheid en anderzijds de verantwoordelijkheid voor de oorzaak van de schade.
Deze verantwoordelijkheid berust volgens de auteur op haar beurt op een vorm van gerelateerdheid. Daarmee doelt hij op de nabijheid, in de zin van invloed kunnen hebben op de oorzaak of het voorval, waardoor men in staat is om enige bescherming te bieden tegen de inbreuk op een bepaald belang in een grotere mate dan anderen dat kunnen.5 De auteur wijst verder op de voorzienbaarheid: het bestaan van een zorgplicht betekent dat men voorafgaand aan het handelen moet kunnen beoordelen of dat handelen geoorloofd is.6 Hiervoor zagen wij dat ook de Hoge Raad voor aansprakelijkheid vereist dat het veroorzaken van schade aan derden voorzienbaar moet zijn, waarbij hij uitging van zowel een subjectieve (kent) als een objectieve (behoren te kennen) voorzienbaarheid. Op zichzelf vormt de enkele voorzienbaarheid van schade echter onvoldoende voorwaarde om tot aansprakelijkheid te concluderen.7