Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2015/3.3.1
3.3.1 De Noord-Hollandse koffiekeurmerkenzaak
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 10 mei 2012, C-368/10. Zie F.A. van den Assem en M. van Berlo, ’Gebruik van keurmerken bij aanbestedingen’, TBR 2012/106.
Uit de uitspraak volgt dat een aanbestedende dienst wel gebruik mag maken van de gedetailleerde specificaties van een milieukeur, maar niet van een milieukeur als zodanig. De aanbestedende dienst moet de gedetailleerde milieukenmerken die hij wil opleggen ook uitdrukkelijk vermelden, ook indien hij gebruikmaakt van de voor een milieukeur vastgelegde kenmerken. Dit is volgens het Hof geenszins een overdreven formalisme, maar onmisbaar opdat de potentiële inschrijvers zich kunnen baseren op één officieel document dat afkomstig is van de aanbestedende dienst zelf, zonder dat zij derhalve te maken krijgen met de onzekerheden van het opzoeken van informatie en de mogelijkheid dat de criteria voor een willekeurige milieukeur veranderen met de tijd.
De aanbestedende diensten moeten op grond van dezelfde beginselen in alle stadia van een openbare aanbestedingsprocedure zowel de gelijke behandeling van de potentiële inschrijvers verzekeren als de transparantie van de gunningscriteria, die zodanig moeten worden geformuleerd dat iedere redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver de precieze draagwijdte ervan kan kennen en ze dus op dezelfde manier kan uitleggen. Er zijn geen redenen om ervan uit te gaan dat de beginselen van gelijke behandeling, nondiscriminatie en transparantie andere consequenties hebben wanneer het gaat om de gunningscriteria – die eveneens essentiële voorwaarden van een overheidsopdracht zijn – daar zij bepalend zullen zijn bij de beslissing welke offerte zal worden gekozen uit de offertes die beantwoorden aan de vereisten die de aanbestedende dienst in het kader van de technische specificaties heeft geformuleerd.
De vereisten inzake het voldoen aan de ’criteria van duurzaam inkopen en maatschappelijk verantwoord ondernemen’ en de verplichting ’bij [te] dragen aan het duurzamer maken van de koffiemarkt en aan een milieutechnisch, sociaal en economisch verantwoorde koffieproductie’ zijn niet dermate duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig dat iedere redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver met zekerheid en volledig kan weten welke criteria door die vereisten worden gedekt. Hetzelfde geldt a fortiori voor het tot de inschrijvers gerichte verzoek, in hun inschrijving aan te geven ’[o]p welke wijze [zij] invulling [geven]’ aan bedoelde criteria en ’op welke wijze [zij] bijdragen’ tot de door de aanbestedende dienst aangegeven doelstellingen inzake de koffiemarkt en de koffieproductie, zonder hun nauwkeurig mee te delen welke gegevens zij moeten verstrekken. De provincie had dan ook gehandeld in strijd met de transparantieverplichting.
De bekendste uitspraak van het Hof van Justitie van 2012 is de Noord-Hollandse koffiekeurmerkenzaak.1 Het Hof stelt voorop dat zowel het beginsel van gelijke behandeling als de daaruit voortvloeiende transparantieplicht vereist dat het voorwerp en de gunningscriteria van overheidsopdrachten vanaf het begin van de aanbestedingsprocedure duidelijk worden omschreven. Het Hof oordeelt verder dat het gelijkheids- en transparantiebeginsel van cruciale betekenis zijn voor technische specificaties vanwege het gevaar voor discriminatie in verband met de keuze van die specificaties of de formulering ervan. Zij moeten zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende diensten de opdracht kunnen gunnen en dat zij duidelijk moeten worden aangegeven, zodat alle inschrijvers weten waarop de door de aanbestedende dienst gestelde eisen betrekking hebben.2 Het Hof overweegt verder dat de eerbiediging van de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en transparantie gebiedt dat de gunningscriteria objectief zijn, hetgeen verzekert dat de offertes objectief en dus onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging worden vergeleken en beoordeeld. Dat zou niet het geval zijn met criteria die de aanbestedende dienst een onvoorwaardelijke keuzevrijheid zouden laten.3 Het beginsel van doorzichtigheid vereist tevens dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunning duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn geformuleerd in de aankondiging van de opdracht of in het bestek, opdat, enerzijds, alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers de juiste draagwijdte ervan kunnen begrijpen en ze op dezelfde manier kunnen interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. De door de provincie gestelde criteria voldeden hier niet aan.4