Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.3.d:6.6.3.d Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder d, van het DWU
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.3.d
6.6.3.d Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder d, van het DWU
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362896:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 22, zesde lid, tweede alinea, aanhef en onder d, van het DWU regelt een beperking van het kenbaarmakingsbeginsel in de voorfase als de beschikking strekt tot uitvoering van een andere beschikking waarvoor de eerste alinea is toegepast, onverminderd het recht van de betrokken lidstaat. Deze beperking impliceert dat de latere uitvoeringsbeschikking feitelijk niet los te zien is van de eerste beschikking. In het DWU heb ik hiervan geen voorbeelden kunnen vinden. Een verklaring daarvoor is dat juist het procesrecht voor een groot deel een nationale aangelegenheid is. In Nederland kan dan wellicht worden gedacht aan het dwangbevel. Er wordt een belastingaanslag opgelegd. Deze heeft rechtsgevolgen. De belanghebbende moet het bedrag van de aanslag betalen. Niet veel later ontvangt de belanghebbende een aanmaning en daarna een dwangbevel. Dit dwangbevel strekt ertoe de betaling van de aanslag af te dwingen. De betalingsverplichting was er al op grond van de opgelegde aanslag. Het dwangbevel roept daarmee ten aanzien van de betaling van de aanslag geen nieuwe rechtsgevolgen in. Wel dient de belanghebbende ook nog kosten voor het dwangbevel te voldoen, hetgeen tot nieuwe rechtsgevolgen leidt voor de belanghebbende. Daarover moet de belanghebbende zich dan kunnen uitlaten. Maar zolang vaststaat dat de tweede beschikking alleen ziet op de uitvoering en geen nieuwe rechtsgevolgen teweegbrengt, lijkt mij deze beperking mogelijk.