Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/227
Medeplegen diefstal van koperen leidingen, art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg voor primair tlgd. diefstal en veroordeling voor subsidiair tlgd. schuldheling. 1. Bewijsklacht betrouwbaarheid verklaringen van medeverdachte. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft betrouwbaar geachte verklaring van medeverdachte voor bewijs gebruikt. Uit deze verklaring volgt dat medeverdachte de verdachte kent van plaats waar medeverdachte zijn taakstraf uitvoert. Verdachte heeft daar aan medeverdachte gevraagd om hem te helpen iets op te halen. Medeverdachte is daarop met verdachte meegegaan naar oud gebouw waarin veel mensen aan het werk waren. Op enig moment overhandigde verdachte hem tas die daar stond, waarna hij deze tas op zijn fiets heeft gezet en samen met verdachte wilde wegfietsen. Medeverdachte is echter tot stoppen gedwongen doordat bouwvakker zijn fiets vastpakte. In tas bleek volgens bouwvakker gestolen koper te zitten. Naar oordeel van hof heeft medeverdachte zich met deze verklaring ‘belastende rol toebedeeld bij diefstal’. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu verklaring steun biedt aan zijn betrokkenheid bij koperdiefstal. Ad 2. Hof heeft geoordeeld dat verdachte tezamen met medeverdachte koperen leidingen heeft weggenomen. In het licht van ’s hofs vaststellingen in zijn bewijsvoering is dit oordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, nu uit die vaststellingen blijkt dat verdachte diefstal niet alleen heeft gepleegd en dat hij zo’n intellectuele en/of materiële bijdrage aan diefstal heeft geleverd dat hij deze heeft medegepleegd. Daarbij is van belang dat aanwezigheid van verdachte op plaats delict is komen vast te staan, omdat aldaar van hem opname is gemaakt en medeverdachte heeft verklaard dat verdachte hem heeft gevraagd mee te gaan en aan hem tas heeft aangereikt met daarin gestolen koper. Enkele omstandigheid dat bij verdachte geen koper is aangetroffen, doet aan daaraan niet af. Volgt verwerping.
HR 13-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:39
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/03853
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:39, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1387, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑12‑2025
Essentie
Medeplegen diefstal van koperen leidingen, art. 311 lid 1 onder 4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg voor primair tlgd. diefstal en veroordeling voor subsidiair tlgd. schuldheling. 1. Bewijsklacht betrouwbaarheid verklaringen van medeverdachte. 2. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. Hof heeft betrouwbaar geachte verklaring van medeverdachte voor bewijs gebruikt. Uit deze verklaring volgt dat medeverdachte de verdachte kent van plaats waar medeverdachte zijn taakstraf uitvoert. Verdachte heeft daar aan medeverdachte gevraagd om hem te helpen iets op te halen. Medeverdachte is daarop met verdachte meegegaan naar oud ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.