Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.8.1
3.8.1 De Wet op het Middelbaar Onderwijs (1863) in werking
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977181:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onderwijsjaarverslag 1857/58, Bijlage bij Handelingen II 1858/59; Duyverman 1936, p. 29.
In 1919 is de eerste minister van Onderwijs benoemd die tot 1923 op BiZa inhuist.
Vgl. Van IJsselmuiden 1988.
Bijvoorbeeld het Reglement Rijks-hbs´en, vastgesteld bij KB van 30 augustus 1864, Stb. 1864, nr. 91 en het admissie- of toelatingsexamen bij KB van 13 augustus 1873, Stb. 1873, nr. 121.
Curs.W; D.J. Steyn Parvé, ´Overzicht van het middelbaar onderwijs, bij het einde van 1867’, De Economist, deel I, 1868, p. 273-316 en Bartels 1947, p. 73.
G. Bolkestein, ´De Wet van 2 mei 1863, Stb. 1863, nr. 50´, in: Ibid. e.a., Het Vijftigjarig bestaan van de Wet op het Middelbaar Onderwijs (1863-1913), Bijvoegsel van het Weekblad van 1 mei 1913, Amersfoort, p. 31.
Waldkötter e.a. (red.) 1967.
Steyn Parvé 1871, p. 30 e.v.; vgl. Wijnne 1864, p. 11-13.
Spoedig na de inwerkingtreding van de MO-wet komen wijzigingsvoorstellen, waarbij (de positie van) het vak Staatsinrigting voor opheffing in aanmerking is genomen.
D.J. Steyn Parvé, ’De Hoogere Burgerscholen in 1874’, De Economist 1875, dl I, p. 39; vgl. Wijnne 1864, p. 11-13.
Oud 1971, p. 76-89; vgl. Burkens e.a. 2012, p. 230-231, van der Pot/Donner 1968, p. 132-133, Gerbenzon & Algra 1975, p. 216-219 en Kortmann 2021, p. 338-343.
Burkens e.a. 2012, p. 250; Visser 2008, p. 43-46.
A. Beening, ’Duitsland op school 1866-1940’, Theor. geschiedenis 1998, p. 147-167.
Kollewijn 1889, p. 26-31.
D.J. Steyn Parvé, ’Overzicht van het middelbaar onderwijs, bij het einde van 1867’, De Economist, 1868, dl I, p. 303.
Duyverman 1936, p. 71-75. Deze doctorandi zijn bevoegd voor het vak Staatsinrigting van Nederland, indien staatsrecht deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen geschiedenis.
D.J. Steyn Parvé, ‘Het middelbaar onderwijs voor meisjes in 1876’, De Economist, p. 156-158 (Leraren MO op de mms: 64, waarvan 50 met een MO-akte); vgl. H. Amsing & M. van Essen, ‘Negentiende-eeuwse inspecteurs als pleitbezorgers voor beter meisjesonderwijs. Twee blauwdrukken en hun historische context’, in: Boekholt e.a. (red.) 2002, p. 203.
Volledig bevoegd zijn de bezitters van de akte Staatshuishoudkunde (art. 74 MO) en de akten Staatshuishoudkunde en de statistiek en/of Staatsinrigting van Nederland (art. 76 MO).
Campert 1891, p. 467. Staatswetenschap kan een samenhangende encyclopedie van Staatsrigting van Nederland en van staatshuishoudkunde en de statistiek zijn.
Inspecteur Steyn Parvé 1963-1883 in Holland en Zeeland
De MO-wet wordt vooral uitgevoerd door de oud-commies van Binnenlandse Zaken, inspecteur middelbaar onderwijs, D.J. Steyn Parvé (van 1863 tot 1883 in Noord- en Zuid-Holland en Zeeland).1 Deze mag zich een vertrouweling van Thorbecke noemen voor Binnenlandse Zaken.2 Hij verwerft meer dan de gebruikelijke invloed op de wetsuitvoering.3 Zijn creatieve geest waart op alle hbs'en rond en maakt hem tot een onmisbare schakel tussen het departement en de scholen. Veel uitvoeringsbesluiten in die tijd zijn door hem genomen.4 Ook oefende hij toezicht uit op de hbs'en. Zo heeft hij eind 1867 in de programma’s van de in hoog tempo geopende rijks-hbs′en ‘geen significante afwijking gezien van een gemiddeld rooster met één uur in klas drie en vijf voor het vak staatsinstellingen en twee uur in klas vier en één uur in klas vijf voor het vak staatshuishoudkunde en de statistiek’.5 Zijn handelen brengt Bolkestein, als minister van OKW, bij de herdenking van de ‘gouden’ MO-wet in 1913 tot de uitspraak: ‘Het geheele MO wordt nog beheerscht door den verstrekkenden invloed van […] Steyn Parvé’.6
Voorstellen tot samenvoeging staatswetenschappen
Nog voor de inkt goed en wel droog is, komen de voorstellen tot samenvoegen van de staatswetenschappen van de Algemene Vereeniging van Leeraren aan Inrigtingen van Middelbaar Onderwijs (A.V.M.O.).7 Dat valt op te maken uit onderwijsjaarverslagen en artikelen in De Economist en De nieuwe Rotterdamsche Courant (N.R.C.). Inspecteur Steyn Parvé lijkt een groot voorstander van het onverkort handhaven van de staatswetenschappen en staatsinrichting in het bijzonder8: ‘degenen die staatsinrichting willen beëindigen en onderbrengen bij aardrijkskunde, verdienen geen steun.9 Het handhaven is nodig, temeer daar duidelijk is van jongelieden, die op het punt staan in de maatschappij eene of andere betrekking te gaan bekleeden, ook eenige kennis van Staatsinrigting te vorderen.10 Hij kreeg de wind in de rug met de versterking van de democratie met de introductie van de parlementaire vertrouwensregel in de jaren 1866-1868 door de kwestie-Mijer over de benoeming van betrokkene tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië (1866), en de Luxemburgse kwestie (1868).11 Na twee verwerpingen van de begroting van Buitenlandse Zaken trekt het kabinet zijn conclusies, biedt zijn ontslag aan en treedt af om een kabinet te kunnen laten optreden zonder Kamerontbinding. De parlementaire vertrouwensregel is gevestigd en ’het regeringsbeleid is onder democratische controle gebracht’.12
Staatsinrigting in functie en werking leren kennen
Deze ontwikkeling biedt docent Beening alle aanleiding om te benadrukken dat ‘[men] staatsinrichting in functie en werking steeds beter moet leren kennen’ voor het kunnen uitoefenen van staatsburgerschap’.13 HBS-directeur Kollewijn zet in op intensievere vormen van staatsburgerlijke vorming ‘om het op democratisch staatsburgerschap gebaseerde staatsbestel goed te kunnen laten functioneren’.14 Deze ontwikkeling komt de appreciatie van staatsinrichting ten goede. Het is in bevoegde handen, ook op de twee hbs′en, waar een historicus staatsinrichting geeft.15 Voor het vak staatshuishoudkunde en de statistiek is het schier onmogelijk bevoegde leraren te vinden. Er zijn zoveel mogelijk doctors in de rechten benoemd.16 Op de mms'en treden dezen en MO-leraren ook aan voor het facultatieve vak staatswetenschap.17 Op de enige vijfjarige rijkshbs voor meisjes zijn bevoegde (MO) leraressen, behalve voor staatswetenschap18 en regtlijnig tekenen.19