Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/213
Zware mishandeling door met een scheermes meermalen in het gezicht van aangeefster te snijden waardoor meerdere snijwonden in gezicht en gat in wang van aangeefster zijn toegebracht (art. 302 lid 1 Sr). Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr. 1. Heeft hof de verwerping van beroep op noodweerexces toereikend gemotiveerd? 2. Kon hof oordelen dat handelen van verdachte als aanvallend moet worden gezien? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 06-02-2024, ECLI:NL:HR:2024:182
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00504
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:182, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1086, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑12‑2023
Essentie
Zware mishandeling door met een scheermes meermalen in het gezicht van aangeefster te snijden waardoor meerdere snijwonden in gezicht en gat in wang van aangeefster zijn toegebracht (art. 302 lid 1 Sr). Noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr. 1. Heeft hof de verwerping van beroep op noodweerexces toereikend gemotiveerd? 2. Kon hof oordelen dat handelen van verdachte als aanvallend moet worden gezien? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00504
Datum 6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.