Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/5.2.5.3
5.2.5.3 Getuige is overleden
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 26 januari 1999, appl.no. 38330/97 (dec.) (Garner/Verenigd Koninkrijk), p. 7: ‘There is however no indication that the State had any responsibility for the death of the witness’. Zie ook EHRM 7 augustus 1996, appl.no. 19874/92 (Ferrantelli & Santangelo/ Italië), § 52. Wanneer de staat opzet had om een verhoor als getuige te voorkomen en de getuige daarom heeft gedood, zal het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid kunnen worden verweten aan de staat.
EHRM 20 april 2010, appl.no. 45756/05 (Novikas/Litouwen), § 34: ‘the Court cannot overlook the fact that it became impossible for the authorities to have these witnesses examined at court hearings due to factual circumstances’.
EHRM (GC) 15 december 2011, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/ Verenigd Koninkrijk), § 123; EHRM 16 oktober 2012, appl.no. 40612/11 (dec.) (McGlynn/ Verenigd Koninkrijk), § 22; EHRM 15 november 2012, appl.no. 33627/06 (Grinenko/ Oekraïne), § 106.
Wanneer een getuige is overleden door toedoen van de staat, kan het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid aan de staat worden verweten.1 Doorgaans is dat echter niet het geval. Is een getuige overleden nadat hij eerder een belastende verklaring heeft afgelegd, dan is het feitelijk onmogelijk geworden om een ondervragingsgelegenheid te creëren.2 In zo’n geval moet daarom worden aangenomen dat een goede reden bestaat waarom de getuige niet door de verdediging kon worden ondervraagd.3 De autoriteiten hadden immers geen alternatief.