De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.1:7.3.1 Belastinglatentie
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/7.3.1
7.3.1 Belastinglatentie
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS387522:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het begrip belastinglatentie vindt men niet letterlijk terug in de Nederlandse wetgeving, noch in de civiele noch in de fiscale wetgeving. Men kan wel een omschrijving vinden in artikel 2:374 lid 4 BW:
‘De voorziening voor belastingverplichtingen, die na het boekjaar kunnen ontstaan, doch aan het boekjaar of een voorafgaand boekjaar moeten worden toegerekend, met inbegrip van de voorziening voor belastingen uit waardering boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs kan voortvloeien.’
Het betreft hier een voorziening voor latente belastingverplichtingen, ook wel passieve belastinglatentie genoemd. De latentie wordt passief genoemd, omdat het op de passiefzijde van de balans dient te worden opgenomen. De passieve belastinglatentie vindt haar oorsprong in het lopende boekjaar of in voorafgaande boekjaren en bestaat uit mogelijke verplichtingen tot het betalen van belasting.1 Voorbeelden van passieve belastinglatenties zijn: verschuldigde belastingen op herwaarderingsmeerwaarden, verschuldigde belastingen op niet definitief vrijgestelde belastingvrije reserves en de toepassing van het stelsel van degressieve afschrijvingen.2 Passieve belastinglatenties worden in de International Accounting Standards 12 (hierna: IAS 12) omschreven als uitgestelde belastingverplichtingen. Ingevolge IAS 12.5 is een uitgestelde belastingverplichting het bedrag van in toekomstige perioden te betalen winstbelastingen met betrekking tot belastbare tijdelijke verschillen. De latente belastingverplichting kan dus worden aangemerkt als transitorische post (oftewel een toerekeningspost) of als voorwaardelijke verplichting.
Een actieve belastinglatentie is een voorwaardelijke belastingvordering: er wordt een actief gevormd voor een belastingclaim die aan het lopende boekjaar (of eerder) wordt toegerekend, maar die eerst in een later jaar wordt gerealiseerd.3 Voorbeelden van actieve belastinglatenties zijn: nog recupereerbare fiscale verliezen, belaste voorzieningen voor dubieuze crediteuren, belaste voorzieningen voor incourante voorraden en bedrijfseconomisch verantwoorde, maar fiscaal slechts in latere boekjaren recupereerbare afschrijvingexcedenten.4 Actieve belastinglatenties worden in de IAS 12 omschreven als uitgestelde belastingvorderingen. Ingevolge IAS 12.5 is een uitgestelde belastingvordering het bedrag van in toekomstige perioden terug te vorderen winstbelastingen met betrekking tot: (a) verrekenbare tijdelijke verschillen, (b) voorwaartse compensatie van niet-gecompenseerde fiscale verliezen en (c) voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden. Ook de latente belastingvordering kan dus worden gezien als transitorische post.
Latente belastingvorderingen kunnen in de toekomst worden gerealiseerd door het verrekenen van verliezen uit het verleden met in opvolgende jaren gerealiseerde winsten (voorwaartse verliesverrekening of ‘carry forward’) of bij het terugnemen van verschillen tussen fiscale en commerciële boekwaarden die zich alsdan realiseren als verliezen en vervolgens via achterwaartse verliesverrekening (‘carry back’) kunnen worden benut.5 Wanneer een BV echter wordt ontbonden, kan geen voorwaartse verliesverrekening plaatsvinden; de latente belastingvordering verdwijnt als het ware. Wel zou de latente belastingvordering voorafgaand aan de ontbinding in sommige gevallen kunnen worden gerealiseerd door achterwaartse verliesverrekening. Achterwaartse verliesverrekening is mogelijk wanneer de BV over het laatste (verkorte) boekjaar verlies heeft geleden, terwijl het daaraan voorafgaande jaar door de BV winst is behaald. Op grond van artikel 21Wet VPB 1969 (hierna: VPB) kunnen verliezen in de vennootschapsbelasting slechts worden verrekend met winst uit het voorgaande jaar.