Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.2.2
10.2.2 NVLM: voorstel grote verbetering
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977405:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
NVLM Nieuwsbrief van 11 juni 2018, p. 1; anders: A. Varkevisser, ’Minister, zadel ons niet op met onzinnig uurtje democratiekennis’, Trouw 11 juni 2018, p. 17 (Wat een misvatting! Democratie is een praktijk. Je leert het door eraan mee te doen).
Vgl. Onderwijsministers EU, Kinderen en jongeren bijbrengen van fundamentele waarden en de principes waarop onze samenlevingen zijn gebouwd, Parijs 2015 (Kamerstukken II 2014/15, 21501, nr. 34, p. 244) en Q. Eijkman 2019, p. 102, 109.
Vgl. F. Hermans, ’Vak geschiedenis leert ons burgerschap’, Trouw 18 juni 2018, p. 21.
NVLM Nieuwsbrief van 11 juni 2018, p. 1.
Burgerschap: basiswaarden bijbrengen van de democratische rechtsstaat
Het NVLM-bestuur acht het conceptwetsvoorstel een grote stap voorwaarts.1 Burgerschap wordt nu duidelijker ingekleurd: het gaat om de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.2 Het voorstel vraagt om leerlingen toe te rusten met het respect voor en de kennis van deze basiswaarden en om de school een omgeving te laten zijn, waarin leerlingen actief kunnen oefenen met de omgang met deze waarden. Daarmee wordt de burgerschapsopdracht minder vrijblijvend. Het democratisch burgerschap moet doelgerichter worden aangeboden. Het voorstel bepaalt overigens niet hoe scholen dit moeten doen en evenmin welke vakken hieraan een bijdrage leveren. Het NVLM-bestuur ziet dit voorstel als een ondersteuning van de verankering van de positie van maatschappijleer. Het bestuur is ook te spreken over het vervangen van ‘integratie’ door ‘cohesie’.
Democratische spelregels vastleggen
Wel zou het voorstel volgens de NVLM op twee punten moeten worden gewijzigd. Hoewel in de memorie van toelichting de democratische spelregels zijn genoemd, ontbreken deze in de wettekst. Het gaat bij democratisch burgerschap echter niet alleen om kennis van de basiswaarden, maar ook om de spelregels en instituties van de democratische rechtsstaat. Leerlingen dienen te leren dat die instituties van de democratische rechtsstaat en hun spelregels een essentiële vertaling van de basiswaarden zijn én de belangrijkste waarborg voor de toekomst van de democratische rechtsstaat. Spelregels en instituties dienen niet alleen als losse feitjes, maar als essentieel onderdeel van de democratische samenleving gekend te worden. Concreet moet in het wetsvoorstel onder a. kennis van de instituties van de democratische rechtsstaat (curs.W) worden toegevoegd.3 Daarnaast ligt er te veel nadruk op de sociale cohesie en het respect voor basiswaarden.
Bij burgerschapsonderwijs acht het bestuur het essentieel dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen om de politieke en maatschappelijke vraagstukken kritisch te leren doordenken. ‘Want we mogen in een democratie met elkaar van mening verschillen en opkomen voor onze belangen en idealen, ook als dat leidt tot politieke conflicten die niet kunnen worden opgelost door een beroep te doen op de sociale cohesie of de gedeelde waarden’.4 Het bestuur zou daarom aan het wetsvoorstel willen toevoegen: 1. het bijbrengen van kennis over maatschappelijke en politieke vraagstukken en vaardigheden, en 2. het kritisch doordenken en beargumenteerd stelling nemen in de democratische rechtsstaat.